vrijdag 5 oktober 2012

Mensen met een passie


Het is in onze tijd niet zo moeilijk om je te laten vermaken. Elke televisie heeft tientallen zenders en op internet hoeft een mens zich ook nooit te vervelen. Soms moet je oppassen dat je niet geleefd wordt, dat andere dingen erbij in schieten. Die andere dingen kunnen voor kinderen bijvoorbeeld zijn: buiten spelen of tekenen, boeken lezen of samen een bordspel doen. En voor volwassenen is het niet anders: wat willen wij met ons leven, met onze tijd?

Afgelopen zomer kwam ik in musea, die ontstaan zijn vanuit een privéverzameling. In het Drentse Vledder is het zeemuseum Miramar. Ik was er al vaker, omdat onze zoon een fervent verzamelaar is.  Het museum heeft een bijzonder verhaal. Want het museum is opgericht door mejuffrouw Jeanne Warners (1899-1986), die de hele verzameling eigenhandig bij elkaar gezocht en gevonden heeft. Ze werkte een poosje als verpleegster, maar ging algauw weer terug naar het ouderlijk huis om als enige dochter voor haar moeder te zorgen, toen die weduwe werd. Op latere leeftijd studeerde ze nog een poosje psychologie. Toen haar moeder overleed was Jeanne Warners 55, maar wilde zij een nieuw doel voor haar leven vinden. Ze ging op reis, vond op het strand van Mallorca een schelp, en besloot dat dit de eerste schelp zou worden van een door haar op te richten museum over de zee. Ze maakte nog een reis, kwam terug met koffers vol schelpen en nog geen jaar later opende zij in haar ouderlijk huis het Zeemuseum Miramar.

Zeemuseum Miramar in Vledder

Het is bijzonder hoe iemand zich een doel stelt en daar voor gaat. Jeanne Warners was onverschrokken en vastberaden en reisde in haar eentje de hele wereld over, steeds op zoek naar bijzondere schelpen. Het museum verhuisde naar Vledder, mejuffrouw Warners verzorgde zelf rondleidingen en er kwamen duizenden bezoekers per jaar. En nu nog, vele jaren na haar dood, is er midden in Drenthe dat museum over de zee: Miramar: Spaans voor ‘Aanschouw de zee’.

klompenmuseum in Eelde

Een paar dagen later kom ik in een ander museum: het klompenmuseum in Eelde. Ook dit museum is ontstaan vanuit een privéverzameling: van de broers Wietses, beide klompenmakers in Eelde. Beide zijn inmiddels overleden, maar de weduwe van klompenmaker Egbert leidde ons rond, vol enthousiasme voor de klomp. Als kind liep ik ook op klompen – maar dat er overal op de wereld houten schoenen voorkomen en dat ze zo oud zijn, wist ik niet. Er zijn Hollandse klompen met allemaal verschillende decoraties, per streek en zelfs per klompenmaker. We zien klompen uit Noorwegen en Turkije en Franse klompen in de vorm van een duif. Ik vind het bijzonder dat deze klompenmakers interesse hadden in de geschiedenis van de klomp en dat zij belangstelling hadden voor klompen uit verre landen.

Noorse klompen

Franse duiven-klompen

Een paar weken later ben ik op Schiermonnikoog. Ook daar is een privéverzameling uitgegroeid tot een museum: Schelpenmuseum Paal 14. Thijs en Annelies de Boer maken steeds reizen naar landen aan zee, en brengen elke keer weer nieuwe schelpen mee. Bij Thijs de Boer is deze passie begonnen in zijn jeugd, hier op het eiland Schiermonnikoog. Nu maakt hij  in het museum achter zijn huis op zijn beurt weer kinderen enthousiast voor de vele wonderen van de zee. Met hun vondsten van de dag komen ze bij hem en hij vertelt hen wat ze gevonden hebben. Stralend gaan ze met hun zak vol schelpen weer naar buiten en ze zeggen: morgen kom ik weer, met wat ik dan gevonden heb!

Het is mooi dat er mensen zijn die zo vol passie ergens mee bezig zijn: die zich laten raken door de wonderen van de natuur of door de mooie dingen die mensen kunnen maken. Deze mensen zijn door hun verwondering op zoek gegaan en ze hebben nieuwe en mooie dingen gevonden. Dat inspireert mij: die nieuwsgierigheid, die gedrevenheid en dat doorzettingsvermogen. Dank aan alle verzamelaars die mij zulke mooie dingen laten zien!

donderdag 27 september 2012

Op de hand wassen en de tijd


Soms fascineert de titel van een boek je meteen. Zo zag ik ergens het boek: `Op de hand wassen, voorschriften voor een sober én rijk leven`. Ik haal het boek bij de bieb en begin direct te lezen. Het boek heeft een bijzondere opdracht voorin:


“Opgedragen aan al mijn vrouwelijke voorouders 
van wie de namen verdwenen of vergeten zijn, 
en in het bijzonder aan mijn grootmoeders (-) 
die alles uitwrongen en aan de lijn te drogen hingen.”



In het boek worden de alledaagse (huishoudelijke) bezigheden als metafoor gebruikt. Dat spreekt mij aan. Zo leer je tijdens het schoonmaken dat je niet altijd iets blijvends presteert, want morgen is het weer vies. En van werken in de tuin leer je dat alles wat jij aandacht geeft uiteindelijk zal groeien en bloeien.

Zytglogge Bern

Het is duidelijk een Amerikaans boek en dat vind ik soms wat storend, omdat de Amerikaanse manier van leven vaak nog wat extremer is dan die bij ons. Waar ik me ook niet helemaal bij thuis voel, is het taalgebruik. Ik houd er van als taal poëtisch is en mooi. Toch lees ik door, want de schrijfster, Karen Maezen Miller loopt tegen dezelfde problemen aan als velen van ons, en zij heeft een heldere kijk op de dingen. Ze beschrijft hoe ze ineens door een vraag van haar dochter ziet wat er gebeurt:

“Wat voor dag is morgen?” vraagt mijn dochter. Ze is drie jaar oud en ik ben apetrots dat ze de dagen van de week al kent. 
‘Woensdag”, zeg ik. 
“Nee, wat voor dag is morgen?”, vraagt ze weer. 
“Vandaag is het dinsdag, dus morgen is het woensdag”. 
“Maar wannéér is het morgen?”
Ik weet niet meer wat ze nu eigenlijk vraagt.
Wanneer is de dag die ‘Morgen’ genoemd wordt, waar we het altijd over hebben als we plannen en schema’s maken? Ik staar in haar heldere ogen vol onbegrip. Hoe vaak ben ik haar kwijtgeraakt in mijn geratel over die denkbeeldige dag? Alles, zo moet het op haar overkomen, gebeurt Morgen. En met reden: dat is waar wij volwassenen het grootste deel van onze tijd doorbrengen.
We leven in 2012, maar ik maak al afspraken voor het jaar 2013 of zelfs verder. Met onze gedachten zijn we vaak mijlenver we: morgen, volgende week, komende zomer, volgend jaar ..... Maar de kunst is om niet steeds ergens anders te zijn met onze gedachten, maar in het hier en nu. Karen Miller schrijft:

Mensen willen vaak met mij praten over ‘in het moment leven’, over hoe moeilijk het is om in het moment te leven. Ik werkelijkheid is er op de hele wereld niemand die ergens anders leeft dan in het moment. Het is alleen niet het moment dat we in gedachten hebben. Het moment waar we graag in zouden willen leven is een ander soort moment, een beter moment. Dat is het moment waar we op wachten.

Zytglogge Bern

De tijd is iets fascinerends. Soms gaat de tijd tergend langzaam, soms vliegt de tijd. Tegenwoordig hébben we tijd, of eigenlijk: we hebben géén tijd. En daarom rennen en vliegen we en hollen we achter onszelf aan. Wij hebben vaak het gevoel dat we in een race zijn met de tijd. Het is een soort gevecht, en ik herken het. Maar Karen Miller schrijft:

De tijd bestaat niet eens. Jij bestaat. Tijd is wat je doet op het moment dat je het doet. Er is geen andere tijd dan deze, dus houd op met zoeken en pak die hark gewoon. Het is tijd om te harken, tijd om te koken, het is tijd om schoon te maken, het is tijd om te schrijven, het is tijd om te gaan, het is tijd om te slapen, het is tijd dat we gaan opletten hoe we onze tijd gebruiken. 

Ik zeg vaak tegen mensen dat zij alle tijd van de wereld hebben. (..) Ik bedoel dat er geen andere wereld is dan de jouwe, en jij hebt alle tijd van de wereld. Het lijkt mij eenvoudig, maar het is schokkend als je jezelf hebt klemgezet in een kansloos gevecht met de tijd. We zien de tijd als vijand. 

Duizend jaar geleden klaagde een zenleerling bij zijn meester over gebrek aan tijd. ‘Jij wórdt gebruikt door de vierentwintig uren in een dag, terwijl ík ze zelf gebruik’, antwoordde de leraar. Gebruik voor het hier en nu namelijk.

stationsklok in Zwitserland

Vrede hebben met wat er gedaan moet worden, en dat gewoon doen, hier en nu. Dat wat je op dit moment te doen staat; dat is het allerbelangrijkste. Het is een kunst om zó met je tijd om te gaan. Ik ga het proberen; hier en nu.

donderdag 20 september 2012

Loslaten


Tegenwoordig heb ik in het weekend een taxibedrijf: van en naar het station. Want sinds vorige week heb ik twéé kinderen op kamers. In de afgelopen weken is er geschilderd en laminaat gelegd, er zijn Ikea meubels in elkaar geschroefd en dozen vol boeken hier de trappen afgesjouwd en daar in het studentenhuis de trappen weer op. En hoewel ik al ervaring heb met een kind dat uit huisgiong, is het toch even slikken.
Twintig jaar heeft onze zoon ons dagelijks leven gedeeld: gegeten aan onze tafel, geslapen onder ons dak.

Met zijn vrolijkheid en enthousiasme was hij een niet over het hoofd te zien deel van ons gezin. Hij bracht nieuwe dingen in zoals muziek die wij niet kenden, bijzondere hobbies (zoals het verzamelen van fossielen en het opzetten van vogels) en leuke vrienden. Zo verrijkte hij  ons leven. Met al zijn idealen en het serieus nemen van bijvoorbeeld de klimaatsverandering was hij voor ons ook een stimulans om vaker te kiezen voor duurzaamheid.

Dan ineens vliegt hij uit. Je kon merken dat het tijd werd: op een gegeven moment krijgt een mens de behoefte om zijn eigen gang te kunnen gaan. Ik heb dat zelf destijds als geweldig ervaren: de vrijheid krijgen om je eigen leven zélf vorm te geven. Het gekke is dat ik me destijds niet realiseerde hoe ingrijpend deze fase voor mijn ouders en zusje was. Sommige dingen moet je dus vanuit een ander perspectief ervaren, om ze te kunnen begrijpen.

de verhuiswagen voor het studentenhuis

Toen onze oudste op kamers ging, zette ik steeds vijf in plaats van vier borden op tafel. En toen kwam ineens het moment dat ik in een weekend waarop zij thuis was, een toetje gemaakt had in vier porties – inmiddels helemaal gewend aan die vier borden op tafel. Ik weet nog hoe schuldig ik mij voelde: dat ik haar vergeten was. Nu gaan we dus naar drie borden. Ik kook veel te veel en houd brood over. Veel rustiger is het in huis: minder muziek, minder actie. Zo mis ik mijn zoon in al die kleine gewone dagelijkse dingen.

Natuurlijk weet je als moeder dat je kinderen niet altijd bij je blijven. Je weet dat je los moet laten: in feite is kinderen krijgen een voortdurende oefening in loslaten. Het begint al als je je kind voor het eerst naar de oppas brengt, naar de peuterspeelzaal, naar de basisschool. Steeds gaat het een stapje verder en gaat je kind meer en meer zijn eigen weg. Geert Bogaard heeft het in een gedicht treffend verwoord:

Je bent gedragen om verlost te worden, gekomen om te gaan.

De streng die je bond aan het lichaam van je moeder
moest verbroken worden. om je te laten leven.
Dit mogen wij nooit vergeten:
Je bent geen bezit.
Wij hebben jou niet.
Jij hebt ons om je te leiden, te beschermen, te bewaren voor de angst,
om te zeggen dat wij niet bang zijn als het onweert
en met je te zingen in de nacht.

Twintig jaar hebben we die kans gekregen, en dat is niet vanzelfsprekend. Niet iedereen die kinderen wil, krijgt ze en niet iedereen ziet haar kinderen in gezondheid opgroeien. Sommigen verliezen hun kind aan de dood – of aan het leven. Andere kinderen kunnen niet op eigen benen staan en zo is er niet die vreugdevolle gedachte dat een kind, zoals mijn zoon, de studie kan gaan doen die hij al jaren wil doen, en dat hij daar de mogelijkheden voor heeft. Het is mooi om te zien hoe je kind steeds meer kan, hoe het zelfvertrouwen ontwikkelt en eigen beslissingen neemt.

Terwijl we met twee grote emmers muurverf naar het studentenhuis lopen, zien we een moeder met een peutertje met een bos krullen in een buggy. Mijn zoon zegt: “Het is lang geleden, dat ik zo was!” Maar voor mij is het als de dag van gisteren, en ik slik een paar tranen weg. Mijn jong vliegt uit en dat is goed.

Sinds zijn geboorte heb ik regelmatig dingen opgeschreven: dingen die hij deed en zei, die we samen beleefden. Vandaag schrijf ik er de laatste keer over. Ik besluit met een joodse sabbatszegen voor kinderen – enigszins ingekort – die ik vond in het gebedenboek van de Amsterdamse synagoge Beiut Ha’chidush:

Moge je opgroeien en het goede in de wereld zoeken,
uitdagingen aangaan en aanvaarden,
waardevolle en inspirerende leraren vinden,
de wereld tot een betere, gelukkiger plek maken
en anderen goedheid en liefde geven.
Moge het licht van God over je stralen,
je liefde geven.
en je met vrede omgeven.



donderdag 13 september 2012

Ode aan de bijen


Wij hebben een kleine groentetuin. Onze zoon kreeg op de Vrije School het vak tuinbouw, waarbij er gezaaid en gewied werd. Vol trots kwam hij thuis met de oogst: groente, maar ook kruidenthee en kruidenazijn. Bij ons thuis was die zomer juist verbouwd en een groot deel van de voortuin lag door de werkzaamheden volledig braak. Toen wij erover praatten hoe we dat weer in zouden richten, stelde onze zoon voor er een moestuin van te maken. Zo komt het dat er naast onze voordeur bessen en bonen groeien.

In Nederland is het vreemd: een groentetuin in de voortuin. Maar ik heb mij laten inspireren door de Zwitserse boeren-tuinen, waar groente en bloemen in de voortuin bij elkaar staan. Zo vormen zij een kleurig patroon van de rijkdom die moeder aarde geeft aan voedsel en vreugde.

tuin op weg naar alp Tschingla bij de Walensee (CH)

Nadeel van onze voortuin-moestuin is dat alle kerkgangers en hondenbezitters kunnen zien dat ik wat laat ben met zaaien of wieden. Maar ik krijg ook positieve reacties. Afgelopen voorjaar bood een buurtgenote mij jonge tomatenplantjes aan. Zij had er teveel en vond het jammer om ze weg te gooien. De volgende dag stonden ze in een plastic bakje bij onze voordeur. Ze groeiden uit tot grote planten en inmiddels pluk ik  elke dag enkele oranje-rode vruchten.

rijpende tomaten

We aten ook al boontjes uit eigen tuin en vele vele aardbeien. Al de bloemetjes van deze planten zijn uitgegroeid tot vruchten. Terwijl ik aan het wieden ben, bedenkt ik dat dat niet vanzelf gegaan is. Alle fruit en groente danken wij aan de bijen. Zij zijn het die deze vruchten mogelijk gemaakt hebben. Zonder hun inzet kan ik wel zaaien en wieden, maar blijft mijn werk vruchteloos. Zij zorgen voor de bestuiving en zodoende voor de vruchten.

In onze ogen zijn bijen en andere insecten lastige beesten. Omdat ze kunnen steken, zijn we helemaal niet dol op ze. Maar we vergeten dat zij een uiterst belangrijke rol vervullen. Wij denken bij voedselschaarste aan economische processen of aan droogte .. maar de bijen vormen ook een belangrijke schakel in het proces van zaad tot vrucht. Ze lijken klein en onbeduidend. In onze tijd van gigantisch grote bedrijven met combines en silo’s lijkt het wel of wij het voor het zeggen hebben. Maar zonder deze kleine, schijnbaar onbeduidende insecten, blijven onze reusachtige akkers vruchteloos en kunnen onze combines niets oogsten.

tomaten-oogst uit eigen tuin!

De laatste tijd zijn er zorgen over de bijen. Veel bijensoorten worden met uitsterven bedreigd. Tegelijk neemt de bijensterfte wereldwijd en in Nederland alarmerend toe. De wintersterfte is vele malen hoger dan ooit en er sterven of verdwijnen hele bijenvolken. Waarschijnlijk zijn er verschillende oorzaken die elkaar versterken. Het gaat dan om milieuvervuiling, met name landbouwgif, het verdwijnen van planten en bloemen (de afnemende soortenrijkdom), de schaalvergroting in de landbouw, waardoor er een te eenzijdig aanbod van  stuifmeel voor de bijen is, en tenslotte is er te weinig nestgelegenheid voor wilde soorten. Nu al zijn er grote problemen in de landbouw die door de bijensterfte veroorzaakt worden. Dit probleem kan wereldwijd grote gevolgen hebben en leiden tot voedseltekorten. Albert Einstein heeft gezegd:

Als de bij van het aardoppervlak verdwijnt, heeft de mens nog maar vier jaar te leven. Want zonder bijen geen bestuiving, geen planten, geen dieren én geen mensen.

We willen de natuur naar onze hand zetten en het lijkt dan of wij het beter maken, maar we zien soms cruciale dingen over het hoofd. De schaalvergroting en de pesticiden in de landbouw zorgen zo uiteindelijk niet voor méér, maar juist voor minder oogst. In de natuur heeft alles met alles te maken. Wij mensen kunnen niet maar zomaar het ene naar onze hand zetten zonder allerlei verbanden in de war te brengen. En wij beseffen niet half dat zoiets op het oog onbelangrijks als de bijen voor ons wel eens van levensbelang zou kunnen zijn.


’s Middags gaan Siebe en ik bramen plukken. Gewoon langs de kant van de weg heeft het wonder zich voltrokken: dikke sappige bramen hangen voor het oprapen. Thuis maakt Siebe er jam van, die we opeten in het besef dat we dit danken aan die kleine, op het oog onbeduidende insecten.

donderdag 6 september 2012

Wijsheid en inspiratie ... op straat!


Soms heb je op onverwachtse momenten een bijzonder gesprek met iemand – op straat of tijdens het boodschappen doen; gesprekken die je bijblijven.

foto: AFH

Met vragen over mijn printer ben ik in gesprek met de verkoper ervan. We komen in gesprek over zijn vak en vervolgens over het mijne. Dat lijkt hem moeilijk, omdat de tijden veranderd zijn.  Want vroeger kwamen mensen naar de kerk omdat het zo hoorde een omdat iedereen het deed. Het was vanzelfsprekend, terwijl het dat nu niet meer is. Hij heeft medelijden met me, omdat het nu een hele strijd is om mensen naar de kerk te krijgen. Door dit gesprek word ik me ervan bewust dat ik toch blij ben met hoe het nu is. Want wie nu naar de kerk komt voor een viering of een andere activiteit, die komt uit zichzelf en niet omdat het zo hoort of omdat het verplicht is. Het is voor mensen van nu een eigen keuze. En daardoor zijn mensen open en ontvankelijk. Dat medelijden hoeft niet en ik word er vrolijk van.

Met iemand anders kom ik bij de supermarkt in gesprek over haar kleinkinderen. ‘Mijn kinderen doen het zo goed, het opvoeden’, zegt ze. ‘Ze hebben veel meer vertrouwen dan ik destijds. Ik was een bange angstige moeder. Maar mijn kinderen hebben vertrouwen in hun kinderen – ik bewonder dat. Ze doen het veel beter dan ik het destijds gedaan heb.’ Ik vind het bijzonder dat iemand zo positief is over de opvoeding die haar kinderen haar kleinkinderen geven. En dan nog wel omdat het ánders is dan je het zelf gedaan hebt. Want vaak vinden mensen het juist moeilijk dat dingen nu anders gaan en zien ze er vooral de nadelen van. Deze vrouw heeft de gave om kritisch naar zichzelf te kijken en ze ziet het goede bij de nieuwe generatie. Als ik er later over doordenk, bedenk ik dat ze zelf toch meer vertrouwen heeft dan ze denkt: ze is geen angstige oma, want wat zij over haar kinderen zegt, getuigt van groot vertrouwen.

Bij een bijeenkomst raak ik in gesprek met een collega, destijds studiegenoot. Hij vertelt dat zijn kinderen inmiddels allebei op kamers zijn. We zitten beiden in een nieuwe, heel andere fase dan toen we samen studeerden. Wanneer ik hem vraag: “Hoe is dat voor jullie?” zegt hij stralend: “Prachtig! Net zoals we destijds samen begonnen zijn.” Dit antwoord en zijn stralende gezicht daarbij, raakt me. Hoe vaak zitten mensen niet vast aan hoe het was en vinden ze het moeilijk om een nieuwe fase in te gaan? Uit dit antwoord sprak zoveel vreugde: het is goed als mensen dat in elke nieuwe fase van hun leven weer vinden.

Op de sportschool komt het gesprek op pesten, een thema dat mij raakt omdat ik als kind op school veel gepest ben. We hebben het erover hoe belangrijk het is dat je bij een groep hoort. Dan zegt iemand: “Maar het is volgens mij allereerst belangrijk dat je zélf iemand bent: het individu komt bij mij op de eerste plaats. Pas als je zélf iemand bent, kun je iets betekenen voor een groep. Anders word je een meeloper.”  Ook over dit gesprek denk ik door. Het is goed om zélf te denken. Het is goed om je eigen identiteit niet aan een groep te ontlenen. Hoe vaak doen we niet dingen omdat anderen dat ook doen? Dat kan zelfs heel gevaarlijke gevolgen hebben waarbij we onze gezondheid in de waagschaal stellen of anderen onrecht doen. Zo ontstaat pesten immers ook: veel pesters zijn meelopers, die alleen meedoen om bij de groep te horen.

Als je het contact met jezelf verloren bent,
kun je ook geen contact maken met anderen. 
Anne Morrow Lindbergh

foto: AFH

Soms krijg je zomaar wijze levenslessen aangereikt. Soms hebben mensen zelf waardevolle levenslessen geleerd, soms zijn ze een inspirerend voorbeeld. Soms ga je anders naar je eigen situatie kijken n.a.v. zo’n gesprek. Soms zijn het eye-openers of ‘richtingaanwijzers’. En zo haal ik vaak niet alleen brood en melk, maar kom ik ook met stof tot nadenken thuis. Een mens leeft immers niet van brood alleen. Maar wie had gedacht dat zoveel wijsheid en inspiratie gewoon op straat voor het oprapen ligt: in de ontmoeting met mensen!



donderdag 30 augustus 2012

Een mens heeft zoveel ....


Op een morgen wil ik snel even wat boodschappen halen in Barneveld. Maar ik blijk net de verkeerde dag uitgekozen te hebben: er is een Oud-Veluwse markt in het hele centrum, en hoewel het nog vroeg is, is het al heel vol. Ik moet mijn planning van deze dag bijstellen: in deze mensenmassa kan ik mij niet snel voortbewegen. Zo laat ik mij maar meenemen in de stroom, de vele kraampjes langs.

Ik verwonder mij soms over het vele dat steeds maar weer te koop is. Aan de ene kant houd ik zelf ook van markten en staat mijn huis vol mooie maar onnodige dingen. Aan de andere kant zie ik ook wel dat dingen kopen geen levensvervulling is en dat er in onze tijd met alle reclame en mogelijkheden om bezit te vergaren wel eens doorgeslagen wordt. Het is erg dat wij hier zoveel overbodige luxe hebben en op andere plekken in de wereld mensen van de honger omkomen en de basisbehoeften niet kunnen vervullen. Dit onrecht houdt onze wereld in zijn greep en ongewild ben óók ik medeschuldig.

Wat mij extra treurig maakt, is dat zoveel wat te koop is slecht is voor het milieu en gemaakt is onder erbarmelijke omstandigheden. Veel dingen zijn maar even leuk, even in de mode .. en dan belanden ze weer bij het afval. Dergelijke producten bezorgen ons maar heel korte tijd plezier, maar zorgen lange tijd voor allerlei problemen. Waarom is het voor ons mensen zo moeilijk om verder te kijken dan het korte-termijn geluk, het instant geluk van hier en nu?

Vorige maand stond er een artikel in Trouw* over dit probleem : de mens is heel innovatief en succesvol, maar niet duurzaam. Dat heeft te maken met onze oerinstincten: we zijn primair uit op ons eigenbelang, we zijn kortzichtig, gevoelig voor status, we doen anderen na en negeren problemen die ons niet direct raken. Dat heeft allemaal te maken met onze voorgeschiedenis: zo kon een mens namelijk het beste overleven. In de prehistorie was het nodig om kortzichtig te zijn, omdat de toekomst onzeker was. Je moest toen anderen nadoen om te kunnen overleven: je at dezelfde paddestoelen als de anderen omdat die dus niet giftig waren. Die oude oerinstincten hielpen mensen toen te overleven, maar in onze tijd, waarin de omstandigheden veranderd zijn, kunnen ze juist onze ondergang worden.

Oude Kerk Barneveld

Aan dit artikel moet ik denken als ik daar meegevoerd word in die eindeloze stroom van mensen, langs alle koopjes en verleidingen. Inmiddels ben ik bij de Oude Kerk aangekomen. De deur blijkt open te staan. Ik ben nog nooit in deze kerk geweest. Ik maak mij los uit de stroom en stap de kerk in. Binnen is het licht en het orgel speelt. Ik ga een poosje zitten, kijken en luisteren. Een dergelijke oude kerk heeft altijd iets: het besef dat deze ruimte al zoveel eeuwen een schuilplaats voor mensen is geweest en een teken van hoop en vertrouwen. Hoewel deze kerk en ik tot dezelfde landelijke kerk behoren, verschillen wij erg van theologie. Maar ik laat dat even voor wat het is, en zoek naar dat wat ons verbindt.

orgel Oude Kerk Barneveld

Later kom ik ook langs de Katholieke Catharina kerk. Daar ben ik al vaker binnen geweest, en daar staat de deur elke dag open. Voor in de kerk is een Mariakapel, waar ik vaker een kaarsje aansteek. Nu verlaat ik ook hier de stroom mensen en zit daar even in de stilte bij mijn brandende kaarsje. Het Maria-beeld in deze kerk bevalt mij: het is heel eenvoudig en menselijk. Voor mij is Maria met kind symbool voor hoe onze God in ons midden wil komen: niet als een sterke macht, maar als een kwetsbare kracht. Zo mag ieder van ons als Maria het goddelijke zien in wat kwetsbaar is en klein: in een kind, een vreemdeling, een zieke maar ook in de Schepping. ‘Alles van waarde is weerloos’, dichtte Lucebert. Dat zouden we ons meer moeten realiseren: de waarde zit niet in al dat bezit, maar in het leven zelf, in de liefde, in de natuur die ons leven mogelijk maakt.

Mariabeeld RK kerk Barneveld
fotokaart, fotograaf mij onbekend

Er liggen kaartjes met gebeden en ik neem er een mee.

Als je wilt dat er licht is, ontsteek dan jouw lamp
Als je wilt dat er liefde is, geef dan iets van jezelf.
Een mens heeft zoveel, zoveel om weg te geven ...

Wij hebben al die spullen niet nodig. We hebben al zoveel in handen, zoveel om te geven, om te delen ..


* Bedwing je oerinstinct en red het milieu, Cokky van Limpt, dagblad Trouw 30-7-2012

donderdag 23 augustus 2012

Geluk in de regen

De regen roffelt op het tentdoek. Het regent al de hele avond onafgebroken en ook overdag was het nauwelijks droog. Maar het deert ons niet: de tent is droog, wij zijn warm aangekleed en er is veel te doen: lezen, zingen, schrijven ..

onze tent 

Onze tent heeft al in veel landen gestaan en is inmiddels van bruin naar wit verbleekt. Op allerlei vreemde en onbekende plaatsen is onze tent een droge, veilige plek om in te wonen en te slapen. Toch is het gek als je bedenkt wat voor verschil er is tussen ons gewone huis en deze tent. In dit tijdelijke huis hebben we een minimum aan ruimte, spullen en luxe. Eigenlijk is het gek: dat we ons warme huis dat van alle gemakken is voorzien, verlaten en in een tent gaan bivakkeren. 

Er zijn mensen die op straat leven, die in een sloppenwijk leven in erbarmelijke onderkomens. Er zijn mensen die in het gewone dagelijkse leven nog minder bezitten dan wij in onze tent. Het is een teken van grote luxe, dat je je veilige warme huis voor een poos kunt verwisselen voor een tent.
Het gekke is, dat allerlei dingen ons leven makkelijker maken – en tegelijkertijd ingewikkelder. Dankzij de wasmachine is wassen niet meer zo tijdrovend en niet meer zo’n krachttoer. Maar tegenwoordig doen we alles zo veel sneller in de was, dat we weer veel méér was hebben dan vroeger. En zo is het met veel dingen: we gaan steeds hogere eisen stellen en daarmee wordt ons leven dus toch weer niet makkelijker.
In de tent hebben wij geen elektriciteit en is het leven aan de ene kant ingewikkelder – en tegelijkertijd makkelijker. Want er kan en hoeft niet zoveel. Je leeft met veel minder verantwoordelijkheid: je hoeft alleen maar voor die paar vierkante meter te zorgen. Er zijn geen ramen te zemen, er is niets dat afgestoft hoeft te worden. Af en toe vegen we even en kloppen we het kleedje uit. Dan is ons huisje weer op orde.

prachtig schaduwspel op het tentdoek wanneer ineens de zon doorbreekt

Wanneer de zon schijnt is het in onze tent meteen warm. Als het regent, merk je het elke keer als je naar het toiletgebouw moet of als je water moet halen. Je hoort de vogels en de wind. Je hoeft geen ramen open te zetten of deuren van het slot te doen om te voelen wat voor weer het buiten is. Je ruikt het bos, je voelt de dennennaalden: je bent dicht bij de grond, dicht bij de aarde, dicht bij de natuur. Dat maakt meteen dat je meer ge-aard bent, meer geworteld. In de tent ben je helemaal daar waar je bent. 

onze afwashulp

In de tent zijn veel minder mogelijkheden: er is minder te kiezen. Nu is het vaak fijn dat er veel keuze is, maar tegelijkertijd is het ook vermoeiend en kost het veel energie. De beperking geeft ook rust en helpt onze aandacht te richten op één ding tegelijk. Zo’n periode minder moeten en minder kunnen is alleen daarom al heilzaam.  

Inmiddels tikt de regen nog maar heel zacht tegen het tentdoek. Nu kunnen we gaan afwassen. Samen zijn we bezig: de een wast af, de ander droogt en dit is op dit moment onze enige verantwoordelijkheid. Dat maakt het leven, zelfs in deze regen, licht! Nu is het nog de kunst om iets van deze manier van leven vast te houden in ons dagelijks bestaan: de eenvoud, de beperking, de minder hoge eisen .... wat mij betreft is dat de vakantieliefde waarmee ik contact wil blijven houden!