maandag 16 mei 2011

Vrijheid


Er zijn tien-minuten gesprekken op de school van onze dochter. Maar ik heb geen auto bij huis. Ik kijk naar de dienstregeling van de bus, maar er gaat ’s avonds maar één bus per uur en het komt natuurlijk net beroerd uit. Dan ineens krijg ik een heldere gedachte: ik ga met de fiets! Dat ik daar niet eerder aan gedacht heb …. Het is 14 km fietsen, en nog eens terug. Dat spaart een avond sportschool uit!

Ik heb geluk: het is prachtig weer, een warme voorjaarsavond. Het is opvallend hoe anders deze weg is, nu ik hem fiets. Ik zie vanalles waar ik anders aan voorbij rijd. Op de terugweg rijd ik deels door het bos – het is prachtig met al het ontluikende groen en de bloeiende krentenboompjes. Het is even spannend of ik de route weer vinden kan. Ik rijd op mijn gevoel, met de zon als richtingaanwijzer: de zon is in het Westen, en ik moet naar het Zuiden.

Ineens ligt er een bloemstuk vlak naast de weg. Ik stap af: een monument; dat heb ik nog nooit eerder gezien.
In de nacht van 17 op 18 april sneuvelden hier in deze omgeving voor de bevolking van Putten
Cl Pewtress
J Wakula
JB Wallace en
FL Waters
van de 5e Canadese tankdivisie.
Hun offer verplicht ons met de vrijheid zorgvuldig om te gaan.

Het kostbare van vrijheid: daar word je ineens met je neus op gedrukt. Wij krijgen gratis en voor niets, en misschien dat we er daarom de waarde van soms nauwelijks lijken te beseffen. Maar het was feitelijk niet voor niets: er is een hoge prijs voor betaald. Want ergens in het verre Canada zijn mensen, voor wie deze vier namen dierbaar waren. Kinderen die zeggen: ‘My father died in Holland”. Die ene steen herinnert aan groot verdriet en aan hoe kwetsbaar en kostbaar onze vrijheid is.

In de Arabische landen verlangen mensen naar vrijheid en vechten ze ervoor. Onverschrokken gaan ze de straat op om te protesteren, terwijl ze weten hoe gevaarlijk dat is. Tegelijkertijd zijn er bij ons verkiezingen, met een lage opkomst. Het is onbegrijpelijk voor de mensen dáár, dat wij die alle vrijheid hebben, niet lijken te weten wat vrijheid betekent. Vrij zijn is niet passief, maar actief. Wie vrij is,  gaat niet achterover leunen, maar komt overeind. Vrijheid is een niet zozeer alleen een geschenk, als vooral ook een opdracht. Er is nog zoveel onrecht en onvrijheid: dichtbij en ver weg. Wij hebben de vrijheid om daar iets aan te doen.

Iets verderop zie ik twee reeën in het veld. Ze staan rustig te grazen, hoewel er op de weg vlakbij enorme vrachtwagens voorbij denderen. Op het moment dat ik rem omdat ik rustig naar ze wil kijken, schrikken ze. Het geluid van mijn piepende remmen laat ze wegspringen, de bosrand weer in.

Het is bijzonder hoe dit tien-minutengesprek op school, doordat ik ging fietsen, mij zoveel heeft gegeven aan ervaringen en gedachten. Misschien moeten we meer van onze vrijheid gebruik maken om uit onze auto te stappen en de wereld eens anders te ervaren …



donderdag 12 mei 2011

Zingen

Alles wat ik zeker weet, dat zing ik, zei Claudia de Breij in haar voorstelling ‘Hete vrede’. En ze zong over de liefde. Als het andere is tijdelijk – alles verandert in deze tijd razendsnel. Maar de liefde, die blijft. De liefde is eeuwig, is onveranderlijk … van alle tijden. Het doet mij denken aan dat beroemde bijbelse loflied op de liefde (I Korinthiërs 13: 1-13)

Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. De liefde zal nooit vergaan.

Zingen is voor mij iets wezenlijks. Sommige dingen kun je niet zeggen, wél zingen. Al  zingend stijg je uit boven jezelf en de gebrokenheid van het leven uit. Daarom gaan zingen en geloven hand in hand. Huub Oosterhuis zegt het zo:

Aanstekelijk zingen: ontvonken aan elkaar.
Dat wil ik zien en beleven.
Oefeningen in fantasie, ontroering.
Aldoende groter worden dan je bent.
Ik geloof in gelovige liedjes,
die zeggen wat alleen te zingen is
die weten wat niet te weten is
onverdedigbaar,
zoals alleen een liedje is.

Vaak zeggen mensen: geloven is geloof, omdat het niet zeker weten is. Maar ik denk juist, dat geloven vaak juist wel een zeker weten is, maar dan in de zin van ‘vertrouwen’, op de manier van het zeker weten van de Breij.

Eén liedje raakte mij in het bijzonder: ‘Jouw liedje’ over de geboorte van een kind. Het gevoel van zo’n pasgeboren kind op je borst, dat vergeet je nooit.

Mijn hart sloeg even over,
toen dat van jou begon.
Ik kon het niet geloven,
niet geloven dat het kon.
Als er nu een wedstrijd was,
een wedstrijd tussen mij, en de zon,
wie het hardste stralen kon,
dan denk ik dat ik won.

Ik kreeg je in mijn armen.
Ik hield je heel goed vast.
Ik hield je lekker warm,
je was nog in je blote bast.
Jij moest heel hard huilen,
en ik deed heel zachtjes mee.
Ik was zo blij,
met je lijfje op mijn lijf
en je hart op dat van mij.

Want als jij je hartslag voelt,
dan voel je die van mijn mij,
dan ben ik weer dichtbij,
ik ben altijd dichtbij.

Wanneer ik de maandag daarna een avond voor doopouders moet leiden, neem ik de cd van de voorstelling mee, en draai dit lied als opening. Dat gevoel van nabijheid is iets kostbaars, dat niet alleen in de kraamtijd, maar vele jaren ervaarbaar is.  Het kan in sommige fases, zoals in de puberteit, een herinnering zijn die je kracht geeft om die fase door te komen. En zelfs nu mijn kinderen groot zijn en meer en meer hun eigen weg gaan, ervaar ik die nabijheid. Misschien niet lichamelijk, maar wel als verbondenheid met elkaar. De verbondenheid blijft, hoe dan ook. Ik ben altijd dichtbij.

Zo herinner ik mij een gesprek met mijn oud-tante, met wie ik na het overlijden van mijn oma een bijzondere band kreeg. Zij was, net als mijn oma, heel open en wij praatten over alle mogelijke onderwerpen. Die gesprekken hebben mij veel gegeven en hebben mij in mijn jaren van jong-volwassen zijn gevormd. Zij leerde mij dat moeder-zijn voor altijd is. Op haar hoge leeftijd voelde zij nog steeds dat dichtbij-zijn heel intens. Het was een openbaring voor mij. Ik was als jong-volwassene mij juist los aan het maken van mijn ouders – maar besefte ineens dat die verbondenheid dieper gaat. Moeder word je niet voor even. Dat is mooi en soms moeilijk tegelijk. Maar het is in elk geval iets om van te zingen.


maandag 9 mei 2011

Hete vrede

Een paar weken geleden was ik bij ‘Hete vrede’ van Claudia de Breij. Ik ben niet zo’n cabaret-fan omdat ik niets heb met grappen over sex en niet houd van humor ten koste van anderen. Maar mijn oudste dochter heeft mij meegesleept.

De Schouwburg zat stampvol – en op het podium die éne vrouw. Alleen dat is al bijzonder: dat je met zo weinig middelen helemaal alleen een avond lang een zaal kan boeien. (Wat ik schrijf klopt natuurlijk niet helemaal: zonder muzikanten en technici gaat het natuurlijk niet – maar de Breij is de enige die het woord voert. Alles uit het hoofd, als vanzelf …)

Natuurlijk zit er in deze voorstelling ook sex. Maar er zit héél veel méér in .. en dat gaat mij meer en meer boeien. De hamvraag blijkt: waren wij goed of fout tijdens de hete vrede? Ineens snap ik de titel: geen koude oorlog, maar een opgewarmde aarde.

Bijzonder is dat er niet afgegeven wordt op politici en zo, maar dat de centrale vraag bij óns komt te liggen. Wat doen wij? Wat kunnen wij over 50 jaar aan ons kleinkind vertellen? Er is een spreuk die zegt:        

De toekomst is niet wat er gaat gebeuren, maar de toekomst is wat wij zullen doen.

Dat je een dergelijk zwaar onderwerp zó neer kunt zetten is knap. De Breij wil met haar vraag voor over 50 jaar dat we kritisch kijken naar wat om ons heen gebeurt. Als je er middenin zit, is daar enige hulp bij nodig. en die vraag: ‘wat vertel jij je kleinkind’ is daar een heel duidelijk hulpmiddel voor.

Er is – zie ik ineens- een zekere overeenkomst tussen cabaret en mijn werk – preken houden- in die zin dat je mensen aan het denken zet, dat je ze uitnodigt anders naar de dingen te kijken.  En dat kan juist ook met verhalen. Zo besluit De Breij  met een betekenisvol sprookje over 16 miljoen mensen die allemaal hun eigen koninkrijkje nastreven.

Mijn dochter heeft gelijk: dit cabaret past bij mij. En dat de Breij met deze boodschap zoveel mensen bereikt, dat is wat de wereld nodig heeft. De Breij heeft iets te vertellen aan haar kleinkinderen! Nu ik nog!

Als het verleden niets betekent voor het heden,
wat betekent het heden dan voor de toekomst?

uit: Hete vrede, cabaret van Claudia de Breij

zaterdag 30 april 2011

Alles wat moet

Wij hebben een weekend vrij en gaan samen naar Deventer. Onze oudste dochter heeft grootmoedig haar studentenkamer ter beschikking gesteld. We varen over met de voetveer over de IJssel. Er zijn nog sporen van het hoge water, maar de rivier is weer tot een normaal peil gezakt. Het voelt feestelijk op het voetveer… met het uitzicht op die mooie oude stad en de grote Lebuïnuskerk dichterbij komen.

Even ergens anders wonen is als even iemand anders zijn. Maar ik vind het lastig de Monica uit Voorthuizen los te laten. Ik heb een heleboel werk bij me … dingen die voor mijn gevoel af moeten en die ik nu mooi even kan doen. Maar in Deventer ben ik iemand anders en komt al dat ‘moeten’ mij minder belangrijk voor.

En dus kijken we films en maken we een lange wandeling langs de Twellose landgoederen. Bijna de hele dag lopen we op plekken waar we nog nooit eerder waren en alles nieuw is. We verbazen ons over de prachtige landgoederen en landschappen. 

Bij de oude huizen staan velden vol sneeuwklokjes te bloeien. Al honderden jaren zijn zij in de grond verborgen en komen zij in deze tijd van het jaar in volle glorie tevoorschijn – om zich dan weer een heel jaar schuil te  houden.

De bewoners uit lang vervlogen tijden van deze huizen hebben deze zelfde sneeuwklokjes zien bloeien: wel en niet dezelfde…. Zouden zij er ook zo van genoten hebben? Zou een kind ze geplukt hebben?

foto: Auke-Florian Hiemstra
 ’s Avonds kijken we naar Happy-go-lucky, een film over een levenslustige, positieve onderwijzeres die als een bonte vrolijke verschijning iets voor anderen probeert te betekenen. Ze beseft dat mensen door wat zij meegemaakt hebben bepaald en gekleurd zijn en daardoor heeft ze begrip voor mensen, zonder zich bij de beperkingen neer te leggen. Dat is een bijzondere combinatie en vraagt een positieve levenshouding. Bijzonder is hoed deze vrouw haar eigen levensvreugde niet laat beïnvloeden door angst en agressie van anderen en hoe ze in alle grijsheid en grauwheid iets van kleur en licht blijft brengen.

Als we met de voetveer terugvaren, de IJssel weer over, heb ik mijn mand met werk niet aangeraakt. Toch zijn deze dagen zinvol geweest, brengen ze me nieuwe gedachten en inspiratie. Nu alleen nog leren om de mand met alles wat moet ook letterlijk thuis te laten!

zondag 17 april 2011

Geluk? Geluk!

Op mijn Happinez scheurkalender stond laatst een intrigerende spreuk: dat geluk een bijproduct is. Het is een bijzondere omkering, omdat wij geluk vaak als een doel zien, als iets dat we bewust proberen te bereiken. Maar een bijproduct is iets, dat pas ontstaat als we bewust iets anders nastreven. Het is zoiets als een bijwerking van medicijn, maar dan in positieve zin. Je krijgt het geluk als het ware cadeau … als je een ander product bestelt.

In de scheurkalender-spreuk was geluk een bijproduct bij de zoektocht naar vrijheid. En dat lijkt me een belangrijke aanvulling: dat vrijheid en geluk met elkaar te maken hebben. Vrijheid geeft mensen ruimte: om zich te ontwikkelen, om te kunnen groeien, om zichzelf te kunnen worden. Onvrijheid zit in regimes (zoals de afgelopen tijd heel duidelijke wordt in het Midden-Oosten), maar ook in maatschappelijke structuren. Hoeveel oudere vrouwen ben ik in mijn werk niet tegengekomen, die zo graag een vak geleerd hadden, maar een meisje waren, waardoor dat niet voor hen weggelegd was. Zij werden dienstmeisje en vervolgens moeder en oma. Voor hen was er in die tijd en in die streek géén vrijheid om te kiezen. Nu is dat er veel meer. Maar aan de andere kant: wij zijn vaak onvrij vanwege onze overvolle agenda’s, de huizenhoge eisen die we stellen aan ons leven of de druk van de hypotheek.

Enige tijd geleden las ik het boek ‘Huwelijksreis in hijab’ van Alison Wearing. Het boek vertelt van een Canadese vrouw die een rondreis maakt door Iran. Zij wil zien hoe het daar is, want:   

'Ik ben naar dit land gekomen omdat het me angst aanjaagt; omdat het de wereld angst aanjaagt. En omdat ik niet geloof in angst. En er zoveel macht aan toekennen.'

Op haar rondreis heeft zij bijzondere gesprekken. Een oude man vertelt haar zijn visie op het leven, en dat citaat raakte mij: 

"Ik heb in Amerika gewoond. Ik heb tussen deze mensen geleefd, deze mensen met hun huizen en auto’s en televisies en eten uit pakjes… Ik heb de ogen van die mensen gezien, en vrienden, ik voelde geen geluk. Ze eten en eten en zijn nooit gevoed. Ze praten over een toekomstige tijd waarin ze gelukkig zullen zijn, wanneer ze dit of dat hebben, of wanneer dat is voltooid, of wanneer ze zich iets bepaalds kunnen veroorloven, of wanneer ze meer tijd zullen hebben. Maar er is geen vandaag. Vandaag is altijd zonder voldoening. Jullie Westen praat veel over vrijheid. Ze praten over vrijheid of het een voorwerp is. Alsof het iets is dat je kunt bezitten of kopen of tot wet kunt verheffen. Alsof vrijheid iets is wat buiten mensen bestaat. Maar vrijheid kan alleen in mensen worden gevonden. En het pad naar de vrijheid vergt discipline, stilte, concentratie, een sterke wil. Het is moeilijk. De waardevolste lessen zijn altijd moeilijk'

Geluk is een bijproduct van de zoektocht naar vrijheid. Van een leven in vrijheid. Je kunt geluk ervaren in de dingen die je dan doet … Geluk is dus niet iets om achteraan te jagen, maar het is zaak om vrijheid te zoeken. En dan kan het zomaar gebeuren, dat het geluk erbij geschonken wordt, gratis en voor niets. Als je in je werk een opdracht met voldoening hebt afgerond, als je de zon ziet opkomen, als je een bijzondere ontmoeting hebt op straat …. wat een geluk!

zondag 10 april 2011

Verbondenheid

In onze bibliotheek is een wereldwinkel waar producten van eerlijke handel verkocht worden.  Ik ben er vrijwilligster en zit regelmatig een middag in de winkel. Soms is er iets op te ruimen of te prijzen. Soms komt er een klant. Veel mensen lopen onze winkel voorbij zonder er ooit te kijken. Is het te onbekend? Te vreemd?

Deze middag is het stil. Ik zit aan mijn tafeltje te werken. Ik geniet van de rust op deze plek. Geen radio, geen luide gesprekken – alleen af en toe een vrolijke kinderstem of rennende voetjes achter de hoge rekken met boeken.

Er komt een echtpaar binnen, wat duidelijk een reformatorische achtergrond heeft. Zij draagt geen sieraden, het haar opgestoken, en een rok met platte schoenen eronder. Beiden dragen donkerblauwe en gedekte kleuren. Hoe anders zit ik hier in mijn spijkerbroek, met mijn lange oorbellen en mijn wereldwinkelsjaal vol bonte kleuren.

Ik bedenk dat zij zich zo kleden vanwege hun geloof. En ik? Ik zit hier op deze stralende middag vol zon en lentegeuren achter mijn tafeltje in de wereldwinkel. Je ziet het er misschien niet aan af, maar ik doe dit ook vanuit mijn geloof. Ik geloof in de opdracht om te delen in de ons geschonken overvloed, om op deze wereld recht te doen. En dan gaat het niet om aalmoezen, maar om eerlijk zakendoen met respect voor allen die meewerken aan de totstandkoming van de producten en liefst ook nog van het milieu.

Even later komt er een meisje met een hoofddoekje de bibliotheek in. Zij kleedt zich zo, vanwege haar geloof. De hoofddoek is mooi hemelsblauw. Hoe verschillend ook, dit reformatorische echtpaar, het meisje met het hoofddoekje en ik: wij delen de motivatie van ons handelen. Die ligt niet bij onszelf, maar bij ons geloof, iets dat boven onszelf uitstijgt.
Jammer dat wij die verbondenheid zo vaak niet bij elkaar herkennen, en érkennen.



maandag 4 april 2011

Sttt... ik lees!

Als kind las ik elke dag een boek. Ik kwam wekelijks in de bibliotheek. Sommige boeken las ik meermaals en kende ik bijna uit mijn hoofd. Lezen was een vanzelfsprekend onderdeel van mijn leven.

Ik herinner mij een gesprek met mijn oma. Zij hield ook van lezen, maar zij had als jonge moeder gevoeld hoe ze door haar verlangen om te lezen belemmerd werd in het vele werk dat ze moest doen. Toen is ze radicaal een hele poos opgehouden met lezen. Met zeven kinderen en daarbij nog pleegkinderen en in ene tijd zonder wasmachines was je dag toch wel volledig gevuld ….

De laatste jaren lees ik wel voor mijn werk en ook voor bezinning boeken over spiritualiteit, maar zelden romans. Ik merk dat ik me vaak erg laat meeslepen door een roman, dat ik als het ware half in het boek en half in de werkelijkheid ben. En bij sommige boeken gaat dat wel heel ver. Zo herinner ik mij een vakantie aan de Loire waarin ik in de zon aan de oever van de rivier zat, maar tegelijkertijd in een eindeloze en wrede strijd in Kaboel omdat ik ‘Duizend schitterende zonnen’ van Khaled Hosseini las. Ik was niet bij de Loire, maar in Afghanistan, ik was niet op vakantie, maar in vreselijke wreedheden en wanhoop. Die vakantie heeft een dreigende sfeer gehouden in mijn herinnering.

Een ander boek dat mij zo sterk bijgebleven is: Zonder Soloetsj van Mahmud Doulatabadi, over de woestijn van Iran en de veranderende maatschappij. De sfeer van totale hopeloosheid, van volledige zinloosheid sloeg over mij heen en kon ik heel slecht van mij afschudden. Is dit hetzelfde wat mijn oma bedoelde? Is het dezelfde ervaring van zo door de sfeer en het verhaal van het boek in beslag genomen worden – terwijl je je eigen verhaal in z’n volheid moet leven?

Tegelijkertijd besef ik het belang van het lezen van romans. Door een boek kun je je inleven in andere situaties en omstandigheden, in andere mensen met andere karakters …. De Sioux-Indianen zeggen het zo:

God, help mij om nooit een oordeel over iemand uit te spreken,
vóórdat ik twee weken in zijn mocassins heb gelopen.

Een boek lezen is zoiets als in iemands schoenen lopen, de wereld en  het leven vanuit een ander perspectief zien. Een boek lezen is leren dat de wereld een ander gezicht kan hebben dan vanuit jouw eigen optiek. Nelson Mandela heeft gezegd:

Als we lezen, kunnen we naar vele plaatsen reizen, veel mensen ontmoeten en de wereld beter begrijpen.

Mijn leven hier en nu is zo vol met ervaringen, emoties en activiteiten, dat er even weinig ruimte is voor die uit boeken. Maar mijn jongste dochter zit op de bank. Ze leest. Elke dag een boek. Soms lacht ze, soms huilt ze. Ze leest over kinderen die gepest worden, een meisje dat misbruikt wordt, ze leest over paarden en dolfijnen. Zo leest ze zich een hele hoop verhalen, ervaringen en emoties te boven. Daar zal ze later nog veel aan hebben. Maar voor nu is het plezier van het lezen alleen al genoeg, met een spinnende poes op schoot en de voeten op de bank. Sttt…! Ik lees!