donderdag 1 november 2012

Winkelen .. nu even niet!


In de krant las ik dat de maand oktober uitgeroepen was tot de “Buy Nothing New maand”. Dat bericht intrigeerde mij. Want dingen kopen is iets vanzelfsprekends in ons leven. Onze huizen staan dan ook vol spullen. Vaak kopen we niet iets nieuws omdat het oude versleten is, maar omdat er een nieuw model op de markt gekomen is of omdat de mode veranderd is. En zo belanden de containers vol met afval en worden rommelmarkten overstroomd met allerlei spullen die nog heel bruikbaar zijn,  maar toch overbodig.

Gek genoeg is het nog niet zo lang geleden dat dit heel anders was: mijn moeder heeft nog meegemaakt dat jassen gekeerd werden en schoenen en kleren van het ene naar het andere kind werden doorgeschoven. Nieuwe dingen waren zeldzaam en wat kapot was, werd gerepareerd. Wat is onze wereld in korte tijd enorm veranderd. Natuurlijk heeft dat goede kanten, maar die grenzeloze overvloed heeft ook een andere kant. En of het ons nou altijd gelukkiger maakt ...

winkelen! (freedigitalphotos.net)

Buy nothing new -koop niks nieuws-  is een initiatief van Irene Rompa en Kim van Dijk. Hiermee willen zij mensen bewust maken van wat we allemaal al bezitten zodat we daarvan genieten. De initiatiefnemers noemen op hun site de winst van een maand lang niets kopen: je houdt allereerst geld over. Bovendien: tijd. Ze schrijven: Tijd om eens rustig over alles na te denken en te genieten van wat je allemaal al hebt. Bovendien kun je veel dingen tweedehands kopen of met anderen ruilen, en heb je dingen misschien helemaal niet nodig. Verder heeft minder nieuwe dingen kopen zelfs invloed op de wereld, want schrijven ze: hoe meer mensen niet telkens onnodig nieuwe spullen kopen, hoe minder grondstoffen de wereld verbruikt en hoe minder we samen vervuilen en zo de aarde uitputten.

Die overvloed aan spullen in ons leven, daar zijn we ons vaak helemaal niet van bewust. Als je gaat verhuizen, dan pas schrik je: wat een eindeloze hoeveelheid dozen zijn er nodig om alles in mee te nemen. We genieten vaak niet van wat we hebben, maar verlangen naar dingen die we willen hebben maar nóg niet hebben. En waarschijnlijk willen we, als we dat eenmaal hebben, weer iets anders hebben.

Het is een vreemde cirkel waarin wij mensen in deze tijd gevangen zitten. Ook ik ben mens van deze tijd en betrap mij erop dat ik altijd wel een verlangen heb. Soms is dat in mijn ogen heel legitiem: toen afgelopen week mijn keukenmachine het na bijna 15 jaar trouwe dienst opgaf, haalde ik direct een nieuwe. Maar deeg kun je ook met de hand kneden en sinaasappels handmatig persen en dat betekent dat je ook anders kunt reageren. Soms lijkt het alsof we denken dat ons geluk van al die dingen afhangt, terwijl we eigenlijk wel weten dat het in andere dingen zit.

Het was leuk om op de site van  Buy Nothing New reacties te lezen. Zo’n actie maakt mensen inderdaad bewust van allerlei dingen. Zelf heb ik niet aan de actie meegedaan (de nieuwe keukenmachine staat te glimmen op het aanrecht), maar ik ben vanaf januari met iets dergelijks bezig. Want ik heb besloten om dit hele jaar geen kleren en geen schoenen voor mijzelf te kopen. Mijn klerenkasten zijn vol met prachtige kleren die ik niet draag en er moet bezuinigd worden. Dan is dit toch eigenlijk een simpele oplossing.

(freedigitalphotos.net)

De eerste twee maanden durfde ik tegen niemand te zeggen dat ik dit ging doen. Want het leek me zo moeilijk, eigenlijk zelfs onmogelijk. Na enige tijd heb ik het toch opgebiecht en toen kon ik niet meer terug. Volgens mijn kinderen betekent geen kleren kopen ook: geen sjaaltjes .. en daar hielden zij mij aan toen ik op vakantie een prachtige sjaal zag en mijn portemonnee al greep.

Terwijl ik in januari dacht: “dat houd ik nooit vol”, merk ik nu, dat het helemaal geen probleem is. Wel verbaas ik mij over de vele klerenwinkels overal. Maar voor mij is het: nu even niet. Ik draag vandaag een prachtig blauw vest dat ergens achter in mijn kast lag maar vergeten was. Wat hebben we toch een rijkdom! Juist in deze dagen van crisis en bezuinigingen is dat iets om je bewust van te worden én van te genieten!

zie: http://www.buynothingnew.nl

donderdag 25 oktober 2012

Een cirkel en potloden


Behalve de zachte muziek hoor je geen ander geluid dan het geluid van potloden op papier. Op tafel liggen overal kleurpotloden en op alle vierkante tekenvellen is met een passer een cirkel gezet. Achttien mensen zijn geconcentreerd aan het werk: zij tekenen een mandala.

Deze week is er in onze kerk voor het eerst meditatief mandala tekenen. Mandala’s zijn ronde kunstwerken vol symboliek. De cirkel staat symbool voor heelheid en eenheid. Het heeft geen scherpe hoeken en geen begin en geen einde. De cirkel staat voor de kosmos en voor de eeuwigheid. De term mandala komt uit het Sanskriet en betekent: cirkel. Met name door het Tibetaans boeddhisme zijn mandala’s bekend geworden.

het labyrint in de kathedraal van Chartres

Maar de cirkel is een universeel symbool. In de natuur is de cirkel een veel voorkomende vorm. Denk aan de zon en de maan, de jaarringen van een boom, een oog met een pupil, een ronde vrucht met een pit, een bloem met een hart in het midden. In veel culturen en in de volkskunst vinden we die cirkelvorm terug: tekeningen, maar ook dansen binnen een cirkel. In het Christendom vinden we roosvensters hoog in kathedralen en op de vloer als labyrinth. Afgelopen zomer was ik in Schotland en zag veel Keltische kruisen in het Nationale Museum van Schotland in Edinburgh. Ook daar was de cirkel een steeds terugkerend symbool, vaak met daarin het bekende Keltische vlechtwerk. En in deze tijd: de protestantse kerk heeft een logo in de vorm van een mandala met een bijzondere symboliek, waarbij in het midden van de cirkel een witte duif te vinden is.

het logo van de Protestantse kerk

De psycholoog Jung ontdekte de helende kracht van mandala’s: het tekenen van mandala’s helpt mensen zichzelf te vinden, hun geest te ordenen en zich te concentreren. Onze kinderen hebben heel wat mandala’s gekleurd en onze jongste dochter leert nu zelfs om prachtige geometrische kunstwerken te maken. Het geconcentreerd bezig zijn binnen de begrenzing van de cirkel werkt rustgevend. Elk mandala-tekenen heeft daardoor al iets van meditatie in zich.

Juist in deze tijd vol snelheid, haast en onrust hebben mensen behoefte aan concentratie en rust. In alle onoverzichtelijkheid en bij alle keuzemogelijkheden en prikkels is de begrenzing van de cirkel heilzaam. Mensen zoeken naar eenheid, naar verbinding en naar innerlijke vrijheid. De mandala helpt je om je aandacht te richten en dat maakt je vrij.

Zo zitten we dan met een groep mensen in een kring (óók een cirkel) en we steken de ‘kringkandelaar’ aan, waarin mensen in een kring staan en zich samen richten op het Licht. Dat willen wij vanavond ook doen. We lezen een psalm, zo’n heel oud geloofslied. Het mooie van de psalmen is dat ze vol emoties zitten en die zijn ook voor ons, zo veel eeuwen later, nog heel herkenbaar. Bovendien zitten ze vol beelden. In de psalm die wij lezen: een hand op je schouder, een levensweg, de zee ... We luisteren nog naar een lied dat Huub Oosterhuis dichtte en Trijntje Oosterhuis zong, geschreven bij deze psalm (139). En dan zijn er alleen nog maar die zachte muziek, de potloden en de cirkel.

de liefde van God die de hele wereld omvat;
een mandala van een van de deelnemers
n.a.v. psalm 139

Je zit daar dan als vreemden bij elkaar, maar je bent naast elkaar bezig en zo ontstaat een verbondenheid.  Een hele tijd is er alleen dat rustgevende geluid van het zachte krassen van de kleurpotloden op het papier. En dan aan het eind van de avond zitten we elk met een eigen mandala in de kring. Sommigen vonden het moeilijk, moesten wennen – anderen konden makkelijker hun eigen verhaal en de beelden van de psalm met elkaar verbinden. Soms is de zon getekend als middelpunt, als symbool voor God. Sommigen tekenden een levensweg of zij symboliseerden de diverse fasen van het eigen leven door middel van verschillende kleuren.. Sommige mandala’s zijn vol beweging en energie, andere vol rust en stilte. Het is bijzonder om zo met anderen verbonden te zijn en in de kring van die avond iets van elkaars leven en geloof te mogen ervaren. Zo is deze avond een kring van licht en rust: een levende mandala rondom het brandende paaslicht.

voor het lied van Trijntje Oosterhuis: http://www.youtube.com/watch?v=26o8Juussvo
voor mandala’s om te kleuren:  http://www.mandalakleurplaten.nl/

donderdag 18 oktober 2012

Doen en laten


We hebben het tegenwoordig altijd druk. We moeten van alles en we willen zoveel. Alles gaat in deze tijd snel en het moet nóg sneller: vandaag besteld, morgen in huis en met glasvezel kun je nóg sneller internetten. Het lijkt wel of druk zijn in onze tijd de norm is. Want als je het druk hebt, suggereert dit dat je belangrijk bent en dat je succes hebt.

Ik ontmoet regelmatig mensen die het allemaal teveel wordt: wat stellen we toch een hoge eisen aan elkaar en aan onszelf. Mensen raken uitgeput of opgebrand, ze krijgen gezondheidsklachten of ze worden somber. We jagen elkaar op en dat is niet goed voor mensen.

Dit voorjaar was er driedelige documentaire van Anneloor van Heemstra op tv: ‘Doen en laten’, waarin jonge vrouwen vertelden over hun worsteling met de tijd. De vrouwen zeiden dingen als: ‘Ik voel me steeds meer een speelbal in mijn eigen flipperkast, ik moet steeds iets, we rennen en racen tegen onszelf, iedereen verwacht iets van je, ik sta mezelf niet toe dat ik niks doe en ik ben kwijt wat ik zelf wil; er is alleen wat moet. Het zijn herkenbare uitspraken.

Wat mij trof was dat de vrouwen zeiden dat we elkaar niet laten zien wat moeilijk is. Daardoor denkt een ander dat wij het allemaal goed voor elkaar hebben. Zo spiegel je de ander een verkeerd beeld voor. Omdat we onszelf steeds met anderen vergelijken laten we ons namelijk gek maken door de schijnbaar perfecte levens van anderen. Ook werd duidelijk dat veel mensen een hersteltekort opbouwen: we werken niet te hard, maar geven onszelf niet voldoende tijd om ervan te herstellen. Zo bouw je een herstelschuld op die je op den duur in de problemen brengt.


De documentairemaakster zocht naar een weg uit deze wurgende greep van de tijd en van alles wat moet. Om te beginnen hoeven we niet zulke hoge eisen te stellen aan onszelf: we zijn niet perfect. Verder mogen we het multitasken loslaten. Want onze geest kan maar één ding tegelijk. We kunnen oefenen in het dingen ná elkaar doen: steeds je op één ding concentreren. Dan wordt werk ontspanning. Het helpt om in het moment te blijven, om de dingen met concentratie en aandacht te doen. Niet alleen het doel is belangrijk, maar de weg erheen ook. Denise Hulst schrijft in haar boek ‘ Een volle agenda maar nooit druk’ over Benedictijns timemanagement:

Dat wat het waard is gedaan te worden,
verdient het gedaan te worden met alle aandacht.

Wij zijn niet met onze aandacht bij de dingen die we doen. Met onze gedachten zijn we vaak mijlen ver weg. Soms kan dat helpen, maar vaak maakt het ons leven extra ingewikkeld of zelfs gevaarlijk. John Kabat-Zinn, de grondlegger van mindfullness schrijft:

Als je ’s morgens onder de douche staat,
controleer dan of je werkelijk in de badkamer bent.
Je zit misschien al midden in een vergadering met je collega’s.
Misschien zijn ze met z’n allen wel bij jou in de badkamer.

Ook ik ben – tegen wil en dank soms – kind van mijn tijd. En juist daarom probeer ik te oefenen in aandachtig leven, in leven in het moment. Van Maarten Luther is bekend dat hij als hij het druk had twee maal zoveel tijd uittrok voor gebed. Dat klinkt tegenstrijdig, maar ik denk dat er een diepe wijsheid in zit. Want als je je laat opjagen kom je zomaar in een mallemolen terecht die steeds sneller wil draaien. En hoe opgejaagder je bent, hoe meer fouten je maakt en hoe meer tijd het kost om dat weer te herstellen. Een dergelijke vicieuze cirkel moet je voorkomen.

Met vallen en opstaan probeer ik zo af en toe uit de draaimolen van alles wat moet te stappen. Ik fiets dan een eindje met onze dochter mee naar school of ik maak een wandeling. Ik probeer alle gedachten over wat ‘moet’ even uit te zetten door mij te richten op alles wat er te zien en te ervaren is: de prachtige bedauwde spinnenwebben in het morgenlicht, een late koekoeksbloem, rode appels tussen het blad van een oude appelboom en het ruisen van de bomen.


 Zo komt een mens tot rust, even uit de stress van alles wat moet. En het wonderlijke is dat het geen verloren tijd blijkt: terwijl het eerst niks lijkt op te leveren, geeft het uiteindelijk nieuwe kracht en inspiratie.


de documentarie ‘Doen en laten’ is nog te zien op ‘Uitzending gemist’ zie: http://www.uitzendinggemist.nl/afleveringen/1250617

donderdag 11 oktober 2012

Hof van Lof


Op een regenachtige dag reizen Siebe en ik over twee pontjes naar Megen om een excursie van onze gemeente voor te bereiden. Wij waren allebei al eens een poosje in het Franciscanerklooster in Megen en onder de indruk van de ‘Hof van lof’; de kloostertuin. Omgeven door kloostermuren ligt daar al meer dan 350 jaar de grote tuin van het klooster. Er is een kleine begraafplaats van de monniken en vroeger werd de kloostertuin verder als moestuin gebruikt. Eeuwenlang groeiden er bieten, boontjes en sla. De monniken aten hun eigen groente en aardappelen.

Inmiddels is de tijd veranderd en zijn er veel minder monniken in Megen. Een moestuin hebben de broeders niet meer. Maar wat doe je dan met zo’n grote tuin? Zo ontstond het idee om er een siertuin van te maken die iets over geloof vertelt: een bezinningstuin vol verhalen en symboliek. Een groep vrijwilligers onderhoudt de tuin en wij krijgen een rondleiding.

Hof van Lof
met op de achtergrond
het Franciscaner klooster

Van oorsprong is de tuin aangelegd in kruisvorm. Er zijn twee hoofdpaden die de tuin in vier grote rechthoeken verdelen. In twee daarvan zijn bijzondere borders aangelegd zoals een bijbelborder, een liturgieborder, een kerkgeschiedenisborder en een gedachtenisborder. 

Veel planten hebben een naam die verwijst naar een bijbelverhaal. In Brabant hebben veel planten volksnamen die verwijzen naar heiligen. In sommige borders zijn de kleuren van de bloemen belangrijk, zoals in de liturgieborder. Elke plant in deze tuin heeft een eigen verhaal.

In de bijbelborder zijn bijvoorbeeld Jacobsladder en Aronskelk te vinden. In de liturgieborder zijn in het gedeelte van Kerst de kerstroos (Helleborus niger) te vinden en Lievevrouwebedstro. In het deel van Pasen vinden we distels als symbool van lijden en de mierikswortel die verwijst naar het joodse paasfeest. In de symbolenborder staat de lelie als symbool van de onschuld en de passiebloem als symbool van het lijden. Wat zijn er veel planten waarbij je een link naar het geloof of de bijbel kunt leggen.

Wat mij het meest raakt is de gedachtenisborder. Hierin zijn de bloemen stille getuigen van bijzonder mensen die ons voorgingen. Er is gezocht naar planten die passen bij deze mensen die niet vergeten mogen worden. Bijzonder is, dat niet alleen aan de traditionele heiligen is gedacht, maar ook aan mensen uit andere tradities zoals Menno Simons en Luther en aan mensen van deze tijd zoals Bonhoeffer en bisschop Romero. Voor ML King staan er witte en zwarte tulpen door elkaar, voor Dag Hammarskjöld wit duifkruid en voor frère Roger van Taizé witte onschuld. De zonnebloem verwijst naar Franciscus, vanwege zijn Zonnelied. Het is mooi hoe door die planten verhalen tot leven komen en hoe bijzondere mensen ineens present zijn. Gewone plantjes worden ineens veelzeggend als je ze verbindt met bijzondere mensen en verhalen.

Dat er in deze oude kloostertuin ook ruimte is voor mensen uit andere tradities is bemoedigend. Onze rondleidster vertelt dat er nog gezocht wordt naar een plant die verwijst naar de Islam. Want zoals op deze aarde iedere plant op zijn eigen wijze zich op de zon richt en groeit en bloeit, zo richten ook de verschillende geloofstradities zich ieder op eigen wijze op dezelfde God. 

Franciscus van Assisi
gemaakt door Frederick Franck (1998)

Midden in de tuin staat een beeld van Franciscus met een zwerm vogels. Zijn Zonnelied, zijn loflied op de schepping, klinkt hier in elke bloem en plant. Moeder aarde wordt  hier recht gedaan: in de tuin wordt bewust ruimte gegeven aan insecten, wilde planten en vogels. Er worden geen bestrijdingsmiddelen gebruikt en niet alle onkruid wordt gewied.  Zo wil het een gastvrije plek zijn waar moeder Aarde de lof van haar Schepper mag zingen. En daarmee is deze tuin symbool voor hoe onze wereld bedoeld is: als een gastvrije plek onder de zon waar ieder op eigen wijze mag groeien, bloeien en vruchtdragen. 


vrijdag 5 oktober 2012

Mensen met een passie


Het is in onze tijd niet zo moeilijk om je te laten vermaken. Elke televisie heeft tientallen zenders en op internet hoeft een mens zich ook nooit te vervelen. Soms moet je oppassen dat je niet geleefd wordt, dat andere dingen erbij in schieten. Die andere dingen kunnen voor kinderen bijvoorbeeld zijn: buiten spelen of tekenen, boeken lezen of samen een bordspel doen. En voor volwassenen is het niet anders: wat willen wij met ons leven, met onze tijd?

Afgelopen zomer kwam ik in musea, die ontstaan zijn vanuit een privéverzameling. In het Drentse Vledder is het zeemuseum Miramar. Ik was er al vaker, omdat onze zoon een fervent verzamelaar is.  Het museum heeft een bijzonder verhaal. Want het museum is opgericht door mejuffrouw Jeanne Warners (1899-1986), die de hele verzameling eigenhandig bij elkaar gezocht en gevonden heeft. Ze werkte een poosje als verpleegster, maar ging algauw weer terug naar het ouderlijk huis om als enige dochter voor haar moeder te zorgen, toen die weduwe werd. Op latere leeftijd studeerde ze nog een poosje psychologie. Toen haar moeder overleed was Jeanne Warners 55, maar wilde zij een nieuw doel voor haar leven vinden. Ze ging op reis, vond op het strand van Mallorca een schelp, en besloot dat dit de eerste schelp zou worden van een door haar op te richten museum over de zee. Ze maakte nog een reis, kwam terug met koffers vol schelpen en nog geen jaar later opende zij in haar ouderlijk huis het Zeemuseum Miramar.

Zeemuseum Miramar in Vledder

Het is bijzonder hoe iemand zich een doel stelt en daar voor gaat. Jeanne Warners was onverschrokken en vastberaden en reisde in haar eentje de hele wereld over, steeds op zoek naar bijzondere schelpen. Het museum verhuisde naar Vledder, mejuffrouw Warners verzorgde zelf rondleidingen en er kwamen duizenden bezoekers per jaar. En nu nog, vele jaren na haar dood, is er midden in Drenthe dat museum over de zee: Miramar: Spaans voor ‘Aanschouw de zee’.

klompenmuseum in Eelde

Een paar dagen later kom ik in een ander museum: het klompenmuseum in Eelde. Ook dit museum is ontstaan vanuit een privéverzameling: van de broers Wietses, beide klompenmakers in Eelde. Beide zijn inmiddels overleden, maar de weduwe van klompenmaker Egbert leidde ons rond, vol enthousiasme voor de klomp. Als kind liep ik ook op klompen – maar dat er overal op de wereld houten schoenen voorkomen en dat ze zo oud zijn, wist ik niet. Er zijn Hollandse klompen met allemaal verschillende decoraties, per streek en zelfs per klompenmaker. We zien klompen uit Noorwegen en Turkije en Franse klompen in de vorm van een duif. Ik vind het bijzonder dat deze klompenmakers interesse hadden in de geschiedenis van de klomp en dat zij belangstelling hadden voor klompen uit verre landen.

Noorse klompen

Franse duiven-klompen

Een paar weken later ben ik op Schiermonnikoog. Ook daar is een privéverzameling uitgegroeid tot een museum: Schelpenmuseum Paal 14. Thijs en Annelies de Boer maken steeds reizen naar landen aan zee, en brengen elke keer weer nieuwe schelpen mee. Bij Thijs de Boer is deze passie begonnen in zijn jeugd, hier op het eiland Schiermonnikoog. Nu maakt hij  in het museum achter zijn huis op zijn beurt weer kinderen enthousiast voor de vele wonderen van de zee. Met hun vondsten van de dag komen ze bij hem en hij vertelt hen wat ze gevonden hebben. Stralend gaan ze met hun zak vol schelpen weer naar buiten en ze zeggen: morgen kom ik weer, met wat ik dan gevonden heb!

Het is mooi dat er mensen zijn die zo vol passie ergens mee bezig zijn: die zich laten raken door de wonderen van de natuur of door de mooie dingen die mensen kunnen maken. Deze mensen zijn door hun verwondering op zoek gegaan en ze hebben nieuwe en mooie dingen gevonden. Dat inspireert mij: die nieuwsgierigheid, die gedrevenheid en dat doorzettingsvermogen. Dank aan alle verzamelaars die mij zulke mooie dingen laten zien!

donderdag 27 september 2012

Op de hand wassen en de tijd


Soms fascineert de titel van een boek je meteen. Zo zag ik ergens het boek: `Op de hand wassen, voorschriften voor een sober én rijk leven`. Ik haal het boek bij de bieb en begin direct te lezen. Het boek heeft een bijzondere opdracht voorin:


“Opgedragen aan al mijn vrouwelijke voorouders 
van wie de namen verdwenen of vergeten zijn, 
en in het bijzonder aan mijn grootmoeders (-) 
die alles uitwrongen en aan de lijn te drogen hingen.”



In het boek worden de alledaagse (huishoudelijke) bezigheden als metafoor gebruikt. Dat spreekt mij aan. Zo leer je tijdens het schoonmaken dat je niet altijd iets blijvends presteert, want morgen is het weer vies. En van werken in de tuin leer je dat alles wat jij aandacht geeft uiteindelijk zal groeien en bloeien.

Zytglogge Bern

Het is duidelijk een Amerikaans boek en dat vind ik soms wat storend, omdat de Amerikaanse manier van leven vaak nog wat extremer is dan die bij ons. Waar ik me ook niet helemaal bij thuis voel, is het taalgebruik. Ik houd er van als taal poëtisch is en mooi. Toch lees ik door, want de schrijfster, Karen Maezen Miller loopt tegen dezelfde problemen aan als velen van ons, en zij heeft een heldere kijk op de dingen. Ze beschrijft hoe ze ineens door een vraag van haar dochter ziet wat er gebeurt:

“Wat voor dag is morgen?” vraagt mijn dochter. Ze is drie jaar oud en ik ben apetrots dat ze de dagen van de week al kent. 
‘Woensdag”, zeg ik. 
“Nee, wat voor dag is morgen?”, vraagt ze weer. 
“Vandaag is het dinsdag, dus morgen is het woensdag”. 
“Maar wannéér is het morgen?”
Ik weet niet meer wat ze nu eigenlijk vraagt.
Wanneer is de dag die ‘Morgen’ genoemd wordt, waar we het altijd over hebben als we plannen en schema’s maken? Ik staar in haar heldere ogen vol onbegrip. Hoe vaak ben ik haar kwijtgeraakt in mijn geratel over die denkbeeldige dag? Alles, zo moet het op haar overkomen, gebeurt Morgen. En met reden: dat is waar wij volwassenen het grootste deel van onze tijd doorbrengen.
We leven in 2012, maar ik maak al afspraken voor het jaar 2013 of zelfs verder. Met onze gedachten zijn we vaak mijlenver we: morgen, volgende week, komende zomer, volgend jaar ..... Maar de kunst is om niet steeds ergens anders te zijn met onze gedachten, maar in het hier en nu. Karen Miller schrijft:

Mensen willen vaak met mij praten over ‘in het moment leven’, over hoe moeilijk het is om in het moment te leven. Ik werkelijkheid is er op de hele wereld niemand die ergens anders leeft dan in het moment. Het is alleen niet het moment dat we in gedachten hebben. Het moment waar we graag in zouden willen leven is een ander soort moment, een beter moment. Dat is het moment waar we op wachten.

Zytglogge Bern

De tijd is iets fascinerends. Soms gaat de tijd tergend langzaam, soms vliegt de tijd. Tegenwoordig hébben we tijd, of eigenlijk: we hebben géén tijd. En daarom rennen en vliegen we en hollen we achter onszelf aan. Wij hebben vaak het gevoel dat we in een race zijn met de tijd. Het is een soort gevecht, en ik herken het. Maar Karen Miller schrijft:

De tijd bestaat niet eens. Jij bestaat. Tijd is wat je doet op het moment dat je het doet. Er is geen andere tijd dan deze, dus houd op met zoeken en pak die hark gewoon. Het is tijd om te harken, tijd om te koken, het is tijd om schoon te maken, het is tijd om te schrijven, het is tijd om te gaan, het is tijd om te slapen, het is tijd dat we gaan opletten hoe we onze tijd gebruiken. 

Ik zeg vaak tegen mensen dat zij alle tijd van de wereld hebben. (..) Ik bedoel dat er geen andere wereld is dan de jouwe, en jij hebt alle tijd van de wereld. Het lijkt mij eenvoudig, maar het is schokkend als je jezelf hebt klemgezet in een kansloos gevecht met de tijd. We zien de tijd als vijand. 

Duizend jaar geleden klaagde een zenleerling bij zijn meester over gebrek aan tijd. ‘Jij wórdt gebruikt door de vierentwintig uren in een dag, terwijl ík ze zelf gebruik’, antwoordde de leraar. Gebruik voor het hier en nu namelijk.

stationsklok in Zwitserland

Vrede hebben met wat er gedaan moet worden, en dat gewoon doen, hier en nu. Dat wat je op dit moment te doen staat; dat is het allerbelangrijkste. Het is een kunst om zó met je tijd om te gaan. Ik ga het proberen; hier en nu.

donderdag 20 september 2012

Loslaten


Tegenwoordig heb ik in het weekend een taxibedrijf: van en naar het station. Want sinds vorige week heb ik twéé kinderen op kamers. In de afgelopen weken is er geschilderd en laminaat gelegd, er zijn Ikea meubels in elkaar geschroefd en dozen vol boeken hier de trappen afgesjouwd en daar in het studentenhuis de trappen weer op. En hoewel ik al ervaring heb met een kind dat uit huisgiong, is het toch even slikken.
Twintig jaar heeft onze zoon ons dagelijks leven gedeeld: gegeten aan onze tafel, geslapen onder ons dak.

Met zijn vrolijkheid en enthousiasme was hij een niet over het hoofd te zien deel van ons gezin. Hij bracht nieuwe dingen in zoals muziek die wij niet kenden, bijzondere hobbies (zoals het verzamelen van fossielen en het opzetten van vogels) en leuke vrienden. Zo verrijkte hij  ons leven. Met al zijn idealen en het serieus nemen van bijvoorbeeld de klimaatsverandering was hij voor ons ook een stimulans om vaker te kiezen voor duurzaamheid.

Dan ineens vliegt hij uit. Je kon merken dat het tijd werd: op een gegeven moment krijgt een mens de behoefte om zijn eigen gang te kunnen gaan. Ik heb dat zelf destijds als geweldig ervaren: de vrijheid krijgen om je eigen leven zélf vorm te geven. Het gekke is dat ik me destijds niet realiseerde hoe ingrijpend deze fase voor mijn ouders en zusje was. Sommige dingen moet je dus vanuit een ander perspectief ervaren, om ze te kunnen begrijpen.

de verhuiswagen voor het studentenhuis

Toen onze oudste op kamers ging, zette ik steeds vijf in plaats van vier borden op tafel. En toen kwam ineens het moment dat ik in een weekend waarop zij thuis was, een toetje gemaakt had in vier porties – inmiddels helemaal gewend aan die vier borden op tafel. Ik weet nog hoe schuldig ik mij voelde: dat ik haar vergeten was. Nu gaan we dus naar drie borden. Ik kook veel te veel en houd brood over. Veel rustiger is het in huis: minder muziek, minder actie. Zo mis ik mijn zoon in al die kleine gewone dagelijkse dingen.

Natuurlijk weet je als moeder dat je kinderen niet altijd bij je blijven. Je weet dat je los moet laten: in feite is kinderen krijgen een voortdurende oefening in loslaten. Het begint al als je je kind voor het eerst naar de oppas brengt, naar de peuterspeelzaal, naar de basisschool. Steeds gaat het een stapje verder en gaat je kind meer en meer zijn eigen weg. Geert Bogaard heeft het in een gedicht treffend verwoord:

Je bent gedragen om verlost te worden, gekomen om te gaan.

De streng die je bond aan het lichaam van je moeder
moest verbroken worden. om je te laten leven.
Dit mogen wij nooit vergeten:
Je bent geen bezit.
Wij hebben jou niet.
Jij hebt ons om je te leiden, te beschermen, te bewaren voor de angst,
om te zeggen dat wij niet bang zijn als het onweert
en met je te zingen in de nacht.

Twintig jaar hebben we die kans gekregen, en dat is niet vanzelfsprekend. Niet iedereen die kinderen wil, krijgt ze en niet iedereen ziet haar kinderen in gezondheid opgroeien. Sommigen verliezen hun kind aan de dood – of aan het leven. Andere kinderen kunnen niet op eigen benen staan en zo is er niet die vreugdevolle gedachte dat een kind, zoals mijn zoon, de studie kan gaan doen die hij al jaren wil doen, en dat hij daar de mogelijkheden voor heeft. Het is mooi om te zien hoe je kind steeds meer kan, hoe het zelfvertrouwen ontwikkelt en eigen beslissingen neemt.

Terwijl we met twee grote emmers muurverf naar het studentenhuis lopen, zien we een moeder met een peutertje met een bos krullen in een buggy. Mijn zoon zegt: “Het is lang geleden, dat ik zo was!” Maar voor mij is het als de dag van gisteren, en ik slik een paar tranen weg. Mijn jong vliegt uit en dat is goed.

Sinds zijn geboorte heb ik regelmatig dingen opgeschreven: dingen die hij deed en zei, die we samen beleefden. Vandaag schrijf ik er de laatste keer over. Ik besluit met een joodse sabbatszegen voor kinderen – enigszins ingekort – die ik vond in het gebedenboek van de Amsterdamse synagoge Beiut Ha’chidush:

Moge je opgroeien en het goede in de wereld zoeken,
uitdagingen aangaan en aanvaarden,
waardevolle en inspirerende leraren vinden,
de wereld tot een betere, gelukkiger plek maken
en anderen goedheid en liefde geven.
Moge het licht van God over je stralen,
je liefde geven.
en je met vrede omgeven.