vrijdag 14 juli 2017

Een bijzondere gemeenschap op een heuvel in Frankrijk

De oranje klapstoelen. De houten bankjes. De plastic drinkkommen. De liederen. De broeders in hun witte pij. Ik woon er niet, en toch ben ik er thuis.

Bijna 30 jaar geleden kwam ik hier voor het eerst. Ik herinner mij nog de eerste indruk: de grote kerk, met in het midden de broeders in hun witte gewaden en met het zingen, waarin ik helemaal werd meegenomen.

Hier op de heuvel van Taizé is een gastvrije plek. De broeders van de gemeenschap van Taizé delen hun leven elke week met honderden tot duizenden gasten. Velen van hen zijn jongeren van over de hele wereld. Zij kamperen hier of overnachten in barakken en ze zingen in de kerk, doen dagelijks iets van het werk dat er gebeuren moet (van eten uitdelen tot wc's schoonmaken) en ze zijn met elkaar in gesprek. Soms vol gelach en plezier, soms heel serieus. Dan praten ze bijvoorbeeld over het maken van keuzes, het omgaan met bezit, over dankbaarheid en moed.

Het dagritme wordt, zoals in elk klooster, bepaald door de vieringen. Zittend op de grond wordt er gezongen: liederen die vele malen herhaald worden en zo als een soort mantra fungeren. De lezingen en gebeden zijn in de vele talen van hun gasten én van de vele landen van herkomst van de broeders.  Want ook de broeders komen uit veel verschillende landen en alleen al aan hun uiterlijk kun je de vele continenten die hier met elkaar verbonden zijn.

De kerk in Taizé heet de kerk van de verzoening: tussen arm en rijk, oost en west, protestants en katholiek, tussen de oosterse en de westerse kerk etc. De broeders zijn meesters in het zoeken naar verbondenheid. Zo leven zij zelf hun leven open naar anderen en  andere tradities. Ze zingen liederen met teksten uit de bijbel, van kerkvaders maar ook van Theresa van Avila en van Dietrich Bonhoeffer. Sommige in kerklatijn, maar andere in vele andere talen.


De gebeden zijn voor mensen en situaties in onze wereld. en altijd is er ook stilte. In onze drukke wereld vol prikkels en verleidingen word je hier drie keer per dag even stil gezet. Je hoort een vogel of je bent je ineens bewust van je eigen adem. Je denkt soms aan de meest onnozele dingen of je beseft waar je dankbaar voor bent. In die stilte, gedeeld met zovelen samen, voel je je opgenomen in en groter geheel.

In zo'n week ben je deel van een wereldwijde gemeenschap. Je ervaart, ondanks alle verschillen, verbondenheid. Je deelt het eten, het werk dat je doet en je deelt je gedachten en je geloof.


 De kracht van de broeders van Taizé is hun uitnodigende, open houding. Zij (ver)oordelen niet maar maken ruimte in hun kerk en hun leven voor ieder die hier komen wil: gelovig of ongelovig, katholiek protestant of oosters-orthodox. Er komen de laatste tijd ook vaak jonge moslims met groepen mee en ook zij zijn van harte welkom.

Naar jongeren toe hebben de broeders een groot vertrouwen. Ze hebben echte interesse in hun leven, ze nemen hen serieus en ze geven hen verantwoordelijkheid.

Onze tijd is een tijd van polarisatie en vijandschap, van dreiging en geweld, van toenemende verwijdering tussen volken, landen en religies. De broeders stellen daar hun leven van liefde, solidariteit, van eenvoud en verbondenheid van hoop en verzoening tegenover. Ik hoop dat ik daar iets van mee kan nemen als ik na deze week terug ga naar huis.





zaterdag 8 juli 2017

Veelkleurige gemeenschap

Het loopt al tegen middernacht. Buiten is het koud en donker, maar binnen in de kerk van Taizé is het warm en er brandt licht. Er wordt gezongen. De gebedsdienst is al lang afgelopen en de broeders zijn al lang naar bed. Maar jongeren zijn in de kerk blijven zitten en zingen door. Heel zacht, vierstemmig. Soma à capella, soms met een gitaar. Anderen zitten ondertussen te lezen, kaartjes te schrijven, hun dagboek bij te houden of ze zitten stil met  hun ogen dicht. Er heerst een bijzondere sfeer, daar bij nacht in de kerk.

Mooi vind ik dat hoe jongeren uit eigen beweging het lied van de broeders overnemen en dóór zingen. Helemaal als je bedenkt hoe ongewoon dit in hun dagelijks leven zal zijn: zingen en dan nog wel in een kerk.

Hier in Taizé worden jongeren opgenomen in die beweging van zingen en bidden, in deze sfeer van stilte en meditatief gezang. Voor de meesten van hen zal een klooster iets onbekends zijn. Maar hier ervaren zij iets wezenlijks daarvan en inde week dat ze hier zijn worden ze daarin meegenomen.


Steeds gaan er weer jongeren naar buiten en komen anderen weer binnen. Zij voegen hun stem weer in het koor en zo gaat de muziek verder. Soms sterft het lied langzaam weg en is het een poosje helemaal stil. Tot één van hen, aarzelend soms, een lied inzet. Zachtjes gaan dan ook anderen in en het lied  zwelt weer aan.

Op andere momenten zitten ze niet zingend in de kerk, maar doen ze buiten een spel of zitten ze op een muurtje met elkaar te praten. Eerst veilig met mensen die je kent, maar gaande weg ook met jongeren uit andere groepen of andere landen. Want als je samen de afwas doet , wc's schoonmaakt en samen in gesprek gaat over levensvragen, ontstaat er vanzelf contact.

Het is mooi om te merken hoe jongeren hier ook een andere kant van zichzelf durven laten zien. Niet alleen een stoere of modieuze, maar ook een kwetsbare kant. Regelmatig zie je jongeren elkaar troosten als een van hen in tranen is.

Op een van de wc-deuren lees ik de volgende tekst: 'Taizé is zo bijzonder omdat de mensen hier er niks om geven hoe je gekleed bent, zij geven er zelfs niet om hoe ze zélf gekleed zijn'. Een ander heeft er onder gezet: 'so true!'. Hier in Taizé, is het anders dan in het 'normale' leven niet zo belangrijk hoe je er uit ziet. Zo ervaren jongeren kennelijk een stuk ontspanning.

Er wordt ook gepraat over serieuze dingen. Uit een van de barakken komt net een groep naar buiten. Onder leiding van een broeder hebben ze gepraat over solidariteit. Ze hebben een grote boom getekend, de boom van de solidariteit, en in de takken geschreven wat voor hen in hun leven solidariteit betekent. Er staat bijvoorbeeld: 'Er zijn voor mensen die alleen zijn', 'Aandacht geven aan wat er om me heen gebeurt', en 'Vaker met mijn opa en oma praten', 'Dagelijks solidair zijn zal de anderen veranderen, maar vooral jou zelf'.


Humor is er ook. Drie jongeren zitten op het pad. Ze hebben een stuk karton in hun hand. Zij vragen mij om mijn mooiste glimlach. Als ik die geef, draaien ze de bordjes om: 10 punten! Bij de thee geven enkele anderen 'free hugs'. Verderop leren ze elkaar koorddansen op een band gespannen tussen twee bomen. Anderen zingen samen bij een ukulele.

Al die jongeren van over de hele wereld: hun omstandigheden en levens zo verschillend. Maar deze week zijn zij verbonden tot een veelkleurige gemeenschap van mensen in hun kracht én kwetsbaarheid. Dat die ervaring met hen mee mag gaan en hen mag vormen tot wereldmensen met begrip en respect voor elkaar!


zondag 2 juli 2017

Het leven dat verder stroomt

Het trappenhuis, het halletje, de piepkleine douche en de oude balken: het is allemaal nog precies als toen. In dit studentenhuis in Groningen werd ik 34 jaar geleden zo verliefd dat het nog steeds niet over is. Ik zie het voor me zoals het toen was en ik voel me nog 20, zoals toen.

Maar niet ìk ben 20, maar het meisje dat tegenwoordig in diezelfde studentenkamer woont. En zij is net zo oud - of liever jong- als mijn jongste dochter. Het hele studentenhuis zit vol met jonge mensen die mijn kinderen zouden kunnen zijn.


De stad om mij heen is heel herkenbaar en vertrouwd en tegelijkertijd ook erg veranderd. De kinderboekwinkel is er nog en het winkeltje waar ik mijn eerste oorbellen kocht. Op zoveel plekken heb ik hier herinneringen en op zoveel plekken staan mijn voetstappen. Maar in zekere zin is mijn wereld van toen verdwenen: vrienden zijn verhuisd, winkels opgeheven en er is in Groningen niets meer wat op mij wacht.

Groningen voelt nog zó als mijn stad - maar ik ben er al zo lang weg. Het maakt mij vrolijk, al die mooie herinneringen, maar tegelijkertijd weemoedig. Je beseft ineens dat het leven verder gaat, dat die tijd voorbij is: je studententijd, je tijd als jonge moeder …

Terwijl ik die middag door Groningen loop, heb ik een soort identiteitscrisis. Ik voel me nog als toen: energiek, enthousiast en vól plannen. Maar ik ben niet meer als toen en zit inmiddels in een andere fase.

Later in de week luister ik naar het 'Canto Ostinato', een bijzonder muziekstuk van Simeon ten Holt. Het wordt uitgevoerd in de oude kerk van Jorwerd. Het is midzomer en terwijl het buiten op deze langste dag langzaam donker wordt, spelen 2 pianisten de meditatieve muziek.



De muziek stroomt maar door, vaak in een zelfde cadans waar zich echter af en toe nieuwe melodieën uit los maken. Deze middeleeuwse kerk staat al eeuwen hier op deze terp in dit wijde land terwijl de tijd doorstroomt.

Daarover gaat de meditatie van pionierpredikant Hinne Wagenaar. Hij spreekt over de gang van de seizoenen, de gang van de jaren, de gang van onze voorouders door het leven, van degenen die voor ons kwamen maar ook over hen die na ons komen. Daar in de muziek stroomt het leven verder en de liefde - steeds weer doorgegeven van de ene generatie op de andere.

Op deze  langste dag van het jaar is de lente voorbij en begint de zomer. Zo gaat het leven van de ene fase over in de andere. De muziek en de meditatie erbij over dat leven dat verder gaat ontroeren mij. Terwijl het in de kerk langzamerhand helemaal donker wordt, laat ik mij dankbaar meenemen in die eindeloze stroom van muziek. Ik denk aan mijn kinderen, die studeren in verre steden en aan het meisje dat nu in onze oude studentenkamer woont. Zo gaat het leven verder. En ik, ik ben geen 20 meer, maar in mijn leven mogen ook weer nieuwe onverwachte melodieën ontstaan en zo gaat het leven verder. En zo is het goed.



Voor wie meer wil lezen over het 'Canto Ostinato'  in Jorwert: lees verder op de site van Nijkleaster. Hier is ook de overdenking van ds. Hinne Wagenaar te vinden.

donderdag 22 juni 2017

Dorp in de kijker

Het is een klein Fries dorpje. Een kerk, een paar straten en natuurlijk: water. Langs het water een rij oude huisjes, en in het water schommelende zeilbootjes. We zijn er met de auto in een tel doorheen gereden.

Ons oog valt op een aankondiging: Tjerkwerd te kijk. De volgende keer dat we door het dorp komen, kijken we dus beter. Dan blijkt dat we onze ogen uit kunnen kijken. Want bij bijna alle huizen staat een kijkdoos in de vensterbank, en bij andere huizen hebben mensen hun hele raam verbouwd tot een grote kijkdoos.

Nieuwsgierig geworden gaan we op onderzoek uit. 'Tjerkwerd te kijk', lezen we, 'een kijkdozenroute'. In de huiskamer-kijkdozen tonen dorpsbewoners voorwerpen waaraan ze gehecht zijn. De doos is zichtbaar geplaatst achter het raam of in de tuin


We lopen het hele  dorp af. Al gauw zien we hoe het werkt. Bij ieder huis dat meedoet is het symbool van de kijkdozenroute opgehangen. Ieder heeft de kijkdoos op heel eigen wijze vormgegeven. Er is een tekst bij opgehangen met uitleg.

We zijn nieuwsgierig en gaan de huizen langs. We gluren door de ramen, iets wat je anders juist nooit zou doen. Nu mag het: je mag het tuinpaadje op lopen en naar binnen kijken. Vooral als een huis een wat diepere voortuin heeft, voel ik wel wat een drempel. Maar de kijkdozen zijn bedoeld om te bekijken en dus overwinnen wij onze gène.

De kijkdozen geven een inkijkje in de levens van de dorpsbewoners. Sommigen zijn echte verzamelaars: beeldjes van vogels, oud kinderspeelgoed, vogeleieren … Anderen hebben een groot gevoel voor historie en laten iets zien van de geschiedenis van hun huis of familie. Weer anderen hebben een passie voor fotograferen, schilderen of vissen. Sommige dozen zijn gemaakt door volwassenen, andere door kinderen.

in een van de kijkdozen
een verzameling vogels

In een van de dozen het gips van een kind dat met klompvoetjes geboren was. Aan de ene kant van de doos staan de woorden: angst, spanning, onzekerheid. Aan de andere kant: opluchting, tevreden, dankbaar. Een foto van het kind dat inmiddels lopen kan, laat de vreugde om de geslaagde behandeling zien.



Een dorp waar je niemand kent, begint zo ineens tot leven te komen. Je proeft iets van de emoties van de bewoners, van hun levensverhaal en hun dagelijks bestaan. Het is bijzonder hoe mensen op deze manier iets van zichzelf, van hun passie, van hun interesses laten zien. Waarin een klein dorp toch maar weer groot in kan zijn!

donderdag 15 juni 2017

Het brilletje van een grootmoeder

Een ronde, bruine montuur – het brilletje van zijn grootmoeder. Een vrouw met een rotsvast geloof, elke middag las zij lange tijd in haar gebedenboek. Zij bad voor haar echtgenoot, haar kinderen. Als je nu zo'n oud gebed leest, ben je verbaasd. Hoe anders dachten en geloofden mensen toen.

Aan het begin en einde van elke kerkenraadsvergadering deelt een van ons iets: een mooi gedicht, een tekst die aanspreekt of een lied om samen te zingen. Vanavond liggen het brilletje en het gebedenboek van een oma in onze kring.

een afbeelding van pixabay
Onze voorouders keken door een andere bril dan wij. Ook mijn voorouders hadden een heel ander leven dan ik en keken anders naar de dingen. Bij de spullen van mijn oma vonden we ook dergelijke gebedenboekjes. Het rollenpatroon tussen mannen en vrouwen stond heel erg vast: de man het hoofd en de vrouw gehoorzaam. Mijn haren gaan ervan overeind staan. Zo is het heel lang geweest en helaas op vele plekken nog.

Tegelijkertijd is het bijzonder hoe mensen toen vanuit een groot godsvertrouwen leefden. Dat rotsvaste geloof van onze voorouders, dat hen kracht en troost gaf, was iets kostbaars.

een afbeelding van pixabay
Aan het einde van de vergadering staat niet het brilletje van grootmoeder, maar de eigen bril van het kerkenraadslid centraal. Hij zegt: 'Tussen rotsvast geloof en ongeloof zit een groot grijs gebied van vermoeden, twijfelen, vragen stellen en zoeken'. Wij bekijken de wereld weer met onze bril en veel wat voor onze voorouders vanzelfsprekend was, is dat niet meer.

Wat mij betreft ben ik blij dat de verhoudingen tussen mannen en vrouwen veranderd zijn. Dat ik kon studeren, een eigen baan heb, dat ik zelf keuzes kan maken en dat mijn man en ik alle beslissingen samen overleggen en tot een gezamenlijk besluit komen.

Ook in het geloof is veel veranderd. Ik lees de bijbelverhalen niet als historie, maar als verhalen vol diepere lagen en symboliek. Het zijn voor mij verhalen over vreugde en verdriet, angst en hoop, over liefde, trouw en toekomst. Mijn eigen vragen en twijfels, hoop en verwondering herken ik in deze oude verhalen.

Zo leef ik ergens in het 'grijze' gebied dat in mijn beleving heel veelkleurig is. Door onze eigen bril mogen wij kijken naar onze wereld en zoeken naar wat goed is en toekomst geeft. Dwars door twijfels en vragen heen kunnen we af en toe een antwoord vinden. Huub Oosterhuis noemt het: 'Zien, soms even'.


Laten we zo gaan in dat oude spoor, onze voorouders achterna, maar met onze eigen bril op en in alle veelkleurigheid van deze tijd. Op zoek naar sporen van het goddelijke, in liefde en trouw.