woensdag 13 juli 2011

Onderweg

foto: Auke Florian Hiemstra
Wanneer we terugrijden van Taizé in Frankrijk naar huis, is het nog vroeg. Het is stil op de weg en de wereld ontwaakt. De golvende heuvels zullen straks weer in de hete zon liggen … maar nu is het nog fris. Het is mooi hoe het landschap aan ons voorbijtrekt en hoe anders het is dan het uitzicht thuis. De koolzaadvelden zijn overweldigend geel de wijngaarden zijn helder voorjaarsgroen. De huizen zijn nonchalant en wat vervallen, zo anders dan in Nederland.

Terwijl we door dat mooie landschap rijden, ontdekken we ook wat anders: de weg is een waar slagveld. We zien een dood ree, geplette hazen, een egel met de pootjes omhoog, een groot beest vol bloed (een das?), dode vogels, hun veren vol bloed in het wegdek gereden en dode katten. Het is schrikbarend met hoeveel doden de weg geplaveid is.

Mijn houding ten opzichte van autorijden is altijd ambivalent geweest. Enerzijds geniet ik van de vrijheid die het geeft. Ik weet nog goed hoe ik destijds verlangde naar dat rijbewijs … ik woonde in noordoost Groningen, in een afgelegen dorp zonder enige voorzieningen. Anderzijds ben ik altijd bang geweest voor wat je met een auto kunt aanrichten. Het besef dat je met een auto een moordwapen in handen hebt, is altijd bij mij. Autorijden is voor mij niet iets wat ik onbekommerd doe. Ik ben altijd doordrongen van de enorme verantwoordelijkheid die ik heb, wanneer ik achter het stuur zit.
De laatste jaren verschijnen in de bermen op allerlei plaatsen kruisjes en bloemen. Kleine gedenktekens van wat het verkeer aan offers vraagt. Het maakt mij stil, als ik dat zie … en ik besef het onmetelijke verdriet van de naasten, dat nooit overgaat. Mijn oma verloor een kind aan een verkeersongeluk, en ik heb gezien hoe dat haar leven lang doorwerkte, en zelfs in de volgende generatie.

Nico ter Linden citeert in zijn boek “Alleen maar vrije tijd” een reisgebed van Gerard Reve:
Ik hoop, dat ik onderweg niemand enig ongeluk of ander kwaad zal berokkenen.
Ik sta voor U.
Ik weet, dat ik, of ik veilig zal aankomen,
dan wel onderweg verwonding, ziekte of dood zal vinden,
altijd U toebehoor.

Dat is iets wat ik mee kan bidden, in het besef dat auto rijden vol verantwoordelijkheid is, en dat een mensenleven uiterst kwetsbaar is.

En dan komt daar nog bij, hoeveel dood en verderf ons autorijden veroorzaakt door de uitstoot van C02 en uitlaatgassen, door het winnen van de brandstof en de fabricage van de auto’s. Met name het klimaatsprobleem houdt mij bezig en ik leef in het besef dat ook ik met mijn eigen leven daar verantwoordelijkheid voor draag. Ik heb niet voor niets een treinabonnement en korte afstanden fiets ik zoveel mogelijk. Want de vrijheid die de auto geeft, heeft een hoge prijs. Wereldwijd.

donderdag 7 juli 2011

Op de heuvel van Taizé (4)

De dagen in Taizé hebben een duidelijke structuur en activiteit en rust wisselen elkaar af. Drie keer per dag zijn er de vieringen met liederen die als een mantra herhaald worden en daardoor echt ‘binnenkomen’. Daarnaast is er elke viering een lange stilte, in plaats van een preek met veel woorden. Door deze elementen zijn de vieringen niet zozeer gericht op het hoofd, op het cognitieve, als wel op het hart, op de ervaring. In onze kerken wordt vaak teveel over God gepraat en is de preek veel te belangrijk. Hier ligt het accent in de vieringen anders, en dat is heilzaam. Geloof is hier niet iets van het hoofd alleen, maar vooral ook iets om te ervaren.

De broeders delen zo hun geloof met al hun gasten, en dat doen ze zonder veel ophef en zonder show. Wat er gebeurt is authentiek, is echt … en dat geeft het een bijzondere kracht. Jongeren leren in onze tijd al zoveel met hun hoofd … het is goed dat hier hun hart ook aangesproken wordt. Bij de Bijbeluitleg door broeders en het gesprek daarover in groepjes, ligt de nadruk ook niet op ‘de leer’ of op het doordenken van filosofische vragen, maar juist op de concrete toepassing van geloof in het dagelijks leven. De vragen om over te praten helpen je om niet eindeloos theoretische discussies aan te gaan, maar om heel tastbaar in je eigen leven op zoek te gaan naar de kracht van God en naar je roeping, jouw opdracht. Zo komt geloven heel dichtbij.

Op een middag was ik bij een workshop over geloof en wetenschap. De vraagstelling was: kunnen geloof en wetenschap samen gaan? Is de wetenschap een bedreiging voor het geloof? Op een heel duidelijke manier trok de broeder die de workshop leidde zijn spoor. Hij liet ons drie afbeeldingen zien: een anatomische kaart van een mensenlichaam, een schilderij van Rembrandt en een ikoon. Drie keer zag je een mens, maar iedere keer anders. Wij snappen meteen dat we de anatomische kaart niet kunnen gebruiken om bij te bidden, en dat we aan de ikoon niet kunnen zien hoe een mensenlichaam opgebouwd is. Iedere afbeelding heeft zijn eigen kracht en bedoeling: de anatomische kaart geef antwoord op de vraag hoe onze spieren en botten lopen. Het schilderij van Rembrandt geeft iets weer van iemands uitstraling, van iemands karakter. En de ikoon, tenslotte, is geen portret in de zin dat het natuurgetrouw is, maar het laat zien wat die mensen voor ons betekenen. Via symbolen, zoals een lichtkrans om het hoofd, wordt duidelijk dat deze afbeelding verwijst naar een betekenisvol mens. Zoals de drie afbeeldingen op heel verschillende vragen antwoord geven, zo is het ook met geloof en wetenschap.

Wetenschap en religie spreken verschillende talen en geven antwoord op verschillende vragen. Het is bijvoorbeeld niet óf evolutie óf schepping, maar het zijn twee verschillende benaderingen. De wetenschap vraagt naar feiten, naar structuren, naar dingen die meetbaar zijn, en het geloof vraagt naar de betekenis en bedoeling van het leven, naar het ‘waarom’ van ons leven. De broeder formuleert het bijbelse antwoord zo: “Het is goed dat we bestaan”. Dat is niet altijd duidelijk voor ons, met de problemen in ons leven en de problemen in de wereld. De bijbel neemt de problemen heel serieus, maar ze zijn niet het startpunt. Want dat is dat de wereld als iets goeds en moois bedoeld is.

raam van het kerkje van Ameugny
Op de heuvel van Taizé wordt het geloof beleefd en ervaren, maar is er ook ruimte om na te denken over de grote vragen van deze tijd. Dat de broeders dit soort vragen niet mijden, maar er mee aan de slag gaan en hun visie onomwonden geven, vind ik heel zinvol. Zij staan met hun hele manier van leven voor het geloof, maar tegelijkertijd staan zij met beide benen op de grond en zijn ze mensen van deze tijd die niet bang zijn om over dingen na te denken. Geloof en wereld komen zo niet tegenover elkaar te staan, maar gaan hand in hand. Het is een positieve, open houding, de houding van de broeders van Taizé. Daar spreekt voortdurend in door dat het goed is, dat deze wereld er is. En zo besef ik, dat het goed is dat Taizé er is: dit wonderlijke plekje waar hemel en aarde samenkomen en waar je vol moed en kracht vandaan komt.

zondag 3 juli 2011

Op de heuvel van Taizé (3)

Elk klein Frans dorp heeft een kerk. Alle dorpjes rond Taizé hebben dat ook. In de week dat ik in Taizé ben, wandel ik graag en dan is zo’n kerkje mijn doel. Ik zit er graag een poosje. Vooral het kerkje van Ameugny is een bijzonder plekje. Het is een oud Romaans kerkje, heel sober van binnen en met duidelijke sporen van eeuwenlang gebruik. En dan niet alleen door mensen: vorig jaar had een zwaluw een nest in de gewelven gemaakt, en de zwaluwen vlogen af en aan de kerk in.

Maar nu is het er rustig en ik zit er helemaal alleen. Voor in de kerk staat een brandend lichtje, met een bos verse bloemen erbij. Altijd staan hier bloemen; er zijn kennelijk mensen die daar heel trouw voor zorgen. Je voelt in deze kerk als het ware de geschiedenis: alsof de liederen die er gezongen zijn nog ergens achtergebleven zijn. Hier zijn kinderen gedoopt, jonge mensen getrouwd, en vanuit deze kerk zijn mensen begraven. Rondom de kerk zijn hun graven te vinden, versierd met bloemen.

Honderd jaar geleden stond dit kerkje hier ook al zo, en kwamen er mensen tot rust, net als ik. Ook toen zullen de mensen er geloof en vertrouwen gevonden hebben, net als hun ouders, grootouders en overgrootouders. Over vijftig jaar zal deze kerk er nog staan, even rustig en stil als nu. Ik besef dat ik er dan niet meer zal zijn. Een mensenleven is, vergeleken met dat van dit kerkje, maar kort. Mensen komen en gaan, en dit kerkje blijft staan. Eeuw in, eeuw uit, als een teken van de eeuwigheid. Zo is dit kerkje teken van iets wat boven een klein mensenleven uitstijgt, iets groters en blijvends.
in het kerkje van Ameugny, bij Taizé
Het is vreemd om te bedenken dat ik er over 50 jaar niet meer zal zijn. Maar het is bemoedigend dat dit kerkje blijft. Als een rots in de branding, als een teken van vertrouwen, als een symbool voor dat wat een klein mensenleven overstijgt: de durende liefde van God, de kracht van het goede, de kracht van het leven.

Dan sluit ik de oude deur weer achter mij. Ik hoop hier nog eens terug te komen. Maar als ík het niet kan, zullen anderen er komen. En ook zij zullen hier iets vinden: rust, vertrouwen, geborgenheid en moed ……

Als ik weer in Taizé aankom, is het tijd voor het eten. Voor al die vele, vele gasten wordt er elke dag twee keer een warme maaltijd bereid. Het eten is eenvoudig, maar er is fruit bij, brood en kaas of yoghurt en zelfs koekjes. Ik geniet ervan dat ik zelf niet hoef te koken en ik geniet van al die jongeren die het eten uitdelen en in allerlei talen ‘eet smakelijk’ zeggen. Het eten is niet veel, maar het is genoeg. Thuis schep je vaak meer op dan je eigenlijk nodig hebt.

Boven het uitdeelpunt staat in alle talen dat je niet meer eten moet nemen dan dat je op kunt eten. ‘Gooi geen voedsel weg’, staat er bij. In ons deel van de wereld is voedsel zo vanzelfsprekend en zo overvloedig aanwezig, dat we eigenlijk niet meer beseffen hoe kostbaar het is. Hier sta je in de rij voor je eten, en eet je met aandacht en je krijgt niet meer dan er op je bord geschept wordt. Zo zou het thuis ook moeten: eten weer teruggebracht tot normale (pro)porties en tegelijkertijd kostbaarder dan anders.

Hier op de heuvel worden dingen als het ware tot hun essentie teruggebracht en ga je er anders naar kijken. Wonderlijk!

donderdag 30 juni 2011

Op de heuvel van Taizé (2)

Op een middag is er een workshop over ikonen. Met iemand van onze groep ga ik erheen. In onze kerken zijn ikonen vrijwel onbekend en het is goed er daarom meer over te horen. Een broeder heeft twee ikonen meegebracht en vertelt over hun betekenis en symboliek. Hij leert ons dat ikonen bedoeld zijn om als een venster naar de hemel, naar het goddelijke. Zo verwijzen de ikonen met hun geel en goud naar het goddelijke licht. 

De broeder legt iets uit over de symboliek van de figuren en gebaren, kleuren en attributen op de meegebrachte ikonen. Maar belangrijker dan al die dingen weten, is, zegt hij, je openstellen voor de schoonheid van de ikoon. Want als je je openstelt voor de schoonheid, kun je je ook openstellen voor het goddelijke.

De inrichting van de kerk van Taizé is voor mij zo ook een ikoon: een symbool van licht en warmte, van Gods lichtgevende aanwezigheid op de heuvel. De kerk is vrij donker van binnen, waardoor de kerk iets intiems krijgt. Je voelt je er, als in een Romaanse kerk, veilig en geborgen. Voor in de kerk is het licht: de aandachtswand is lichtgeel, en grote oranje doeken zijn naar beneden gespannen. Zijn het de stralen van de zon? Zijn het de zeilen van een schip? Beneden staan rode bakstenen, groot en vierkant en hol van binnen. In ieder vierkant brandt een kaarsje of een lichtje. Groene buxusboompjes – levensbomen - groeien in dit licht. En een eenvoudig smeedijzeren kruis staat in het midden. De vier armen van het kruis lopen uit in een hartje. Links en rechts van dit midden hangen en staan ikonen met een kaars ervoor. Het licht van de zon valt door oranje-geel glas-in-lood de kerk in. En zo is het voor in de kerk een zee van warm licht, ikoon van Gods aanwezigheid.

interieur kerk van de Verzoening van Taizé, foto: Marie Fiege
Dit mis ik vaak in onze kerken, waar alles veel funcioneler is, en minder gericht op schoonheid. Het protestantisme heeft zich gericht op het woord, en daarmee onze andere zintuigen buiten beschouwing gelaten. Maar zien, ruiken en voelen helpt allemaal mee. Lekker eten proef je, maar zie en ruik je ook, en dat werkt mee. In onze kerken is vaak weinig te zien en te ervaren. En alleen als er een viering is, er gezongen wordt en er mensen zijn, is er iets voelbaar van wat Gods bedoeling is met mensen. Maar als de dienst voorbij is, is het gewoon een leeg gebouw.

De kerk van Taizé is nooit een leeg gebouw. Overdag en ’s nachts, altijd is het een plek waar iets voelbaar is van Gods aanwezigheid. Zelfs midden in de nacht en vroeg in de morgen zitten er mensen … soms een heleboel, soms een enkeling .. maar allemaal laten ze zich raken door de schoonheid en de symboliek die er uit spreekt. Het is heerlijk om daar even te zitten, in de geborgenheid, in de stilte en gericht op het licht.

Weer thuis is dat iets dat ik mis: deze ruimte die spreekt van het goddelijk licht, zonder dat er iets gezegd hoeft te worden en op alle tijden van de dag. Een kleine kapel, een stiltecentrum, een ‘ikoon’ waar je je op kunt richten en die jou verbindt met het goddelijke .. dat is wat ik mis. Ik zet een kaart van de kerk van Taizé neer en ik begin te zingen. Ik heb er iets van meegenomen .. en dat is genoeg. Ik voel de verbondenheid met die heuvel in Frankrijk, en bovenal met de hemel die zich over de kerk van Taizé - én over mijn huis welft – en waarin het licht teken mag zijn van de goddelijke aanwezigheid. Daar op die heuvel én hier in mijn huis.

dinsdag 28 juni 2011

Op de heuvel van Taizé (1)

Met een groep jongeren uit ons dorp ben ik een week te gast bij de broeders van Taizé. Dit van oorsprong protestantse klooster in Bourgondië in Frankrijk is voor mij al een half leven lang een bron van inspiratie. Een week lang mag ik mij aan die bron laven én ervan delen met de jonge mensen die met mij mee gekomen zijn.

Het leven op de heuvel van Taizé is heel eenvoudig, en tegelijkertijd heel rijk. Eenvoudig zijn de omstandigheden en het eten. Wij kamperen terwijl het ’s nachts nog wel vriest, en we staan in de rij voor de douche en voor het eten. We moeten allemaal een taak doen: afwassen of eten uitdelen of wc’s schoonmaken. De broeder die onze inleidingen verzorgt vat het heel mooi samen: in Taizé kom je niet om een cursus te volgen, of een week aan een programma mee te doen, maar om een week samen te leven met de broeders en vele anderen uit vele landen. En dat betekent dat er gewoon samen aangepakt moet worden. Hij zegt:
“It is not enough to have idea’s, but it is how you live that shows your faith!”

Tegelijkertijd ligt in dat samen leven ook juist de rijkdom van Taizé in: de verbondenheid die je ervaart met voor jou verder totaal onbekende mensen. Soms spreek je hun taal niet, en kun je alleen met handen en voeten communiceren. Maar je begrijpt elkaar en helpt elkaar, je deelt hoop en geloof, je zingt samen en je praat over dingen die je op andere plekken niet zo makkelijk met elkaar delen kunt. En in dit alles gaan de broeders voorop, die hun heuvel en hun kerk openstellen voor iedereen, elke week opnieuw.

Zo geniet ik van gesprekken met allerlei mensen: met de jongeren die met mij mee gekomen zijn, maar ook met mensen die ik al eerder in Taizé ontmoette en met mensen die ik hier nu voor het eerst ontmoet. Gesprekken over verliefd worden en relaties aangaan, over kinderen opvoeden, over de bijbel en geloofsvragen, over zoveel wezenlijke levensvragen. Op de heuvel van Taizé kan alles aan de orde komen. Soms in een groep, soms samen zittend op een bankje in de zon of wandelend door het mooie landschap.

een maaltijd in Taizé, foto: Auke-Florian Hiemstra
Het ritme van bidden en zingen, eten en werken, praten en lezen vult onze dagen. We delen ditzelfde ritme met elkaar en met de broeders. ’s Avonds is er de prachtige sterrenhemel en zijn er de zingende nachtegalen en tsjilpende krekels. In de loop van de week raak je meer en meer thuis …. en dan moet je weer naar huis. Het valt niet mee om weer af te dalen naar je gewone leven, waar je dat ritme en die rijkdom van Taizé mist. Maar gelukkig heb je iets van het licht op die heuvel mee naar huis genomen en klinkt er zomaar vanzelf een Taizélied in jezelf. Nada te turbe … laat niets je verontrusten… maar houd het vlammetje dat je in Taizé meekreeg aan. Dan kan het nog een hoop licht brengen in de dagen die komen!

vrijdag 24 juni 2011

De wereld veranderen


Onze oudste dochter loopt stage bij een fair-trade bedrijf in Culemborg. Ik ga met een rugzak vol lekkere dingen naar haar toe om met haar te lunchen en eens te kijken waar ze werkt.

Mijn dochter heeft voor mij uitgetekend hoe ik moet lopen vanaf het station. Langs een prachtige berm vol kamille, klaprozen en paarse distels loop ik het bedrijventerrein op. Tot mijn verbazing zijn hier geen trottoirs – het is hier niet op mensen die lopen ingesteld. Een vreemde gewaarwording.

We lunchen samen in de kantine. Dan gaan we even in de fair-trade groothandel kijken. Het is eigenlijk een wereldwinkel, maar dan eindeloos groot. Ik kijk mijn ogen uit. Veel producten ken ik van onze of een andere wereldwinkel, maar er is nog veel meer. Veel dingen zijn buitengewoon kleurig en ademen levenslust en vrolijkheid uit. Wat kunnen mensen mooie dingen maken, soms van heel eenvoudige materialen en zelfs van afval.

Ik besef dat deze dingen met de hand gemaakt zijn. Dat geeft ze een charme: twee producten zijn daarmee nooit precies hetzelfde, er zit altijd een beetje een variatie in. Bovendien voel je dat deze dingen met aandacht en zorg gemaakt zijn.

Bijna niets is van plastic gemaakt, maar van natuurlijke materialen. Hier in onze cultuur is zoveel wat ons omringt van plastic. En zelfs dingen die van hout of leer lijken, zijn eigenlijk een plastic versie. Zoveel dingen zijn namaak, pretenderen iets te zijn wat ze niet zijn …

Ik geniet van al dat moois, van het kleurrijke, het met zorg gemaakte, van de eerlijke materialen. Dit soort winkels zijn de plekken die je inspireren, die je ideeën geven en inspiratie. 

Later ga ik het stadje nog in en vind een winkel met houten speelgoed en een nieuwetijdswinkel. Ook dat zijn plekken waar schoonheid en aandacht te vinden zijn.
Mijn dochter moet informatiemappen schrijven bij de fair-trade producten. De verhalen en foto’s bij het product geven je het besef wat voor wezenlijk verschil eerlijke handel maakt. Eerlijke handel maakt beide partijen rijker … de producenten én de consumenten. Voor ons gaat het maar om een klein bedrag extra, maar voor hen is het een kwestie van leven of dood, van afhankelijk en kwetsbaar zijn of eigen baas zijn en je eigen keuzes kunnen maken. Met name voor vrouwen maakt dat in veel landen nog een cruciaal verschil.

Ik loop het stadje in. Links en rechts van de straat een school. Bij beide tekeningen voor de ramen. Maar ineens valt me een enorm verschil op. De school links is omgeven door groen: er zijn struiken, er is gras, er groeien bloemen. Ook is er een vogel-voedertafel en een moestuin met aardbeien, kruiden en groenten. Het ziet er uitnodigend uit, het prikkelt je fantasie en je zou er zo willen gaan spelen. Bij de school aan de rechterkant is alle ruimte om de school heen strak betegeld. Er is niets anders te zien dan een grijze tegelvlakte … en zeker geen groen, laat staan bloemen. Het is koud, hard en kil. Wat een verschil in inzicht over wat kinderen nodig hebben! Of is dit verschil misschien meer gebaseerd op wat volwassenen praktisch en makkelijk vinden? Als ik hier moeder was, wist ik het wel ….

In het stadje is een museum in een voormalig weeshuis; het Elisabeth weeshuis. Het gebouw en de tuin zijn prachtig, zeker nu de zon zich toch nog laat zien. Ik loop onder de hoge balken en probeer mij voor te stellen hoe hier 20 weesmeisjes sliepen en aten. Op een video hoor je verhalen van de laatste weeskinderen die hier gewoond hebben, en die geïnterviewd zijn. Ik moet denken aan die twee scholen van daarnet: het weeshuis was als het ware betegeld. Het was functioneel en praktisch, maar wat de kinderen misten, waren geborgenheid, warme aandacht en liefdevolle nabijheid. Dat dit tot in de vorige eeuw zo ging, maakt mij stil.
Op de terugweg naar het station zie ik aan een huis een spreuk hangen die van Anne Frank blijkt te zijn:
Wat geweldig dat niemand ook maar één moment hoeft te wachten
met het verbeteren van de wereld.

Met die gedachte ga ik naar huis. Fair-trade inkopen is één van de mogelijkheden. En het geven van warmte en aandacht een tweede. Er is genoeg te doen!

donderdag 16 juni 2011

Spiritueel zwemmen

Vlak bij ons huis is een recreatieplas. Toen wij hier naar toe verhuisden, had mijn zoon die plas ontdekt op de kaart. We gingen er op de fiets even kijken en we hadden spijt dat we niet meteen onze zwemkleding meegenomen hadden. In de afgelopen jaren zijn we al heel wat heen en weer gefietst, vaak aan het eind van de middag als de meeste mensen al naar huis zijn. Het water, de ruisende bomen, de zwanen, waterhoentjes en wuivende rietpluimen geven een mens rust en ruimte.


Vaak heb ik het druk en is er  eigenlijk geen tijd om te zwemmen. Maar mijn kinderen zijn vaak wijzer dan ik, en zij houden aan. Wat ben ik dan blij en hoe duidelijk merk ik dan, dat het mij goed doet. Het in de natuur zijn werkt rustgevend, maar ook het zwemmen.

Als je zwemt ben je los van de grond, licht als een veertje. Het water tilt je op en maakt je vrij, je voelt je gedragen en geborgen, sterk en vrij. Voor mij is zwemmen bijna iets heiligs. Zwemmen maakt een sterk gevoel van dankbaarheid in mij los. Als ik zwem ben ik blij dat ik besta met mijn hele lijf en wezen. In het water ben ik los van alle dingen die mij bezighouden, opjagen en bezwaren. En daar tussen de zwanen en waterhoentjes wordt mijn zwemmen een soort bidden. Zwemmen is voor mij een soort be-amen van mijn bestaan.

De dichter Paul Snoek heeft het voor mij heel herkenbaar verwoord. Uit zijn gedicht over zwemmen enkele regels:

Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.

Ik moet bekennen dat ik gek ben van het water.
Want in het water adem ik water, in het water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst.

Zwemmen is een beetje bijna heilig.

Het is goed dat het zomer wordt. Want zo kan ik mij gedragen voelen en kan ik bewust ervaren dat het goed is dat ik leef. De zomer is voor mij het hoogseizoen als het om bidden gaat!