vrijdag 4 januari 2013

Zin-vol


De afgelopen dagen heb ik geluisterd naar de nieuwste afleveringen van de ‘Bijbeltapes’, een ‘audiofilm’ oftewel hoorspel van de bijbel. Regisseur Peter te Nuyl ‘verklankt’ de bijbel en maakt van elk bijbelboek een luisterbelevenis. Op bijzondere locaties en door gerenommeerde acteurs wordt de hele bijbel tot klinken gebracht in woorden en geluiden. Hierbij wordt de de letterlijke tekst van De Nieuwe Bijbelvertaling gevolgd. De acteurs lezen de tekst niet voor, maar ze brengen de tekst door hun spel tot leven – enkel en alleen met hun stem. 


Het is een bijzondere ervaring om bijbelboeken eens op deze manier te ‘lezen’; door ze te horen als een hoorspel. Soms komen bepaalde teksten ineens heel dichtbij of ben ik verbaasd: staat dat er zó? Als ik het bijbelboek Tobit luister word ik helemaal emotioneel van Anna’s ongerustheid over haar zoon. Wat is het herkenbaar dat Anna meteen het ergste denkt en hoe ze ondanks haar eigen angst toch elke dag naar buiten gaat en de weg afkijkt waarover hij is afgereisd. Terwijl je de stemmen van de acteurs hoort, zie je het gebeuren en voel je het aan de lijve. Het op deze wijze horen van de verhalen wekt je verbeeldingskracht.

In de eerste serie Bijbeltapes zat het boek Esther, o.a. opgenomen in de Hollandsche Schouwburg. Peter te Nuyl zegt daarover: ‘De locaties deden ook iets met de acteurs. Zij waren duidelijk onder de indruk toen we opnamen maakten in de Hollandsche Schouwburg, de plek waar de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog de Joden verzamelden voordat ze werden afgevoerd. Dat hoor je terug in die opnames en ik ben ervan overtuigd dat dat iets toevoegt’. Het is dan ook een indringend verhaal geworden, waarin de grens tussen toen en nu vervaagt: dit zijn verhalen uit een ver verleden en tégelijkertijd verhalen van nu. De angst en de hoop, de blijdschap en de wanhoop van die bijbelpersonages komen tot leven. Het zijn geen verhalen uit een oud stoffig boek, maar verhalen van mensen van vlees en bloed, als wij.


Toevallig luister ik rond de jaarwisseling naar het boek Prediker. Je hoort de geluiden van een stad: auto’s, mensen, het getik van hakken, bussen, een klok die slaat. Dan hoor je het geluid van een sleutelbos, een deur die opengaat, voetstappen op een trap ... en als de deur dan dichtslaat is het even helemaal stil. Zo moet een mens soms even uit alle jachtigheid en drukte stappen om na te denken, om zich te bezinnen op het leven en de zin ervan. Het is bijzonder hoe de regisseur zo een bepaalde sfeer neerzet, hoe hij vanuit de tekst tot een bepaalde setting komt. In Prediker hoor je het slijpen van een mes, het snijden van groente, getinkel van glazen, getik van bestek op servies, het geluid van het haardvuur  ... De regisseur laat Prediker spelen door drie vrienden die samen dineren en die daarbij filosoferen over het leven en hun levenswijsheid delen.

Daar in die kamer slaat een klok. Je hoort het uurwerk tikken en je ziet voor je hoe de slinger heen en weer gaat. Dan wordt dat bijzondere gedicht aan het begin van Prediker 3 gelezen over dat alles zijn tijd heeft:

Er is een tijd om te baren
en een tijd om te sterven,
een tijd om te planten
en een tijd om te rooien.
Er is een tijd om af te breken
en een tijd om op te bouwen.
Er is een tijd om te huilen
en een tijd om te lachen,
een tijd om te rouwen
en een tijd om te dansen....

Zytglogge Bern

Zo divers is het leven, en zo divers was ook het afgelopen jaar. Het leven bestaat uit uitersten. Zo waren er in mijn leven afgelopen jaar de grote blijdschap over mijn zoon die na veel strijd zijn eindexamen haalde  en daarnaast het enorme verdriet om een neef die niet meer beter kan worden. Er is de vreugde om mijn kinderen die uitgroeien en sterker worden en het verdriet om de generatie van mijn ouders die ouder en zwakker wordt. Het zit allemaal in het leven: de vreugde én de pijn. Ik vind dat niet altijd makkelijk. Maar daarin ben ik niet alleen: dat is al eeuwen zo. Ook de schrijver van Prediker worstelde ermee en zocht naar de zin van het leven.

Inmiddels is het nieuwe jaar een paar dagen oud. Wat is de zin van het leven? Ik las ergens:
De zin van de dingen is dat je er zin aan geeft.

Zou dat met het leven niet net zo zijn? Ik wens ieder een zin-vol 2013!




De volgende bijbelboeken zijn inmiddels als audiofilm uitgebracht:
deel 1:      Ester, Marcus, Hooglied
deel 2: Ruth, Prediker, Klaagliederen, Tobit en Romeinen

voor informatie over de Bijbeltapes: www.debijbeltapes.nl


vrijdag 28 december 2012

Over kerstbomen en bedelaars


Tussen het maken van de kerstpreken door ga ik met mijn dochter een dagje naar Duitsland, naar een kerstmarkt. Met de trein rijden we naar Münster waar we door een vriendin die mijn dochter via internet heeft leren kennen worden rondgeleid.

Later loop ik in mijn eentje door het stadje.Vanwege mijn Zwitserse wortels is er voor mij veel vertrouwds, waar ik van geniet. Ik eet warme gepofte kastanjes bij een stalletje, en haal bij de bakker Bretzel en Käsekuchen. Ik zwerf van kerstmarkt naar kerkgebouw. Alle kerken zijn open. In sommige staat al een kerststal opgesteld, in een andere zijn de kosteres en haar zoon druk aan het sjouwen met een enorme os en ezel. Vier adventskaarsen staan op afgezaagde stammetjes, prikkeldraad ertussen. In een andere kerk zijn er stukken bergkristal in het altaar verwerkt en stukken geslepen edelsteen in de kandelaars. Het flonkert in het licht. Heerlijk is het om vanuit alle drukte van de stad even een poosje in zo’n mooie en stille kerkruimte te zitten.

kandelaar in de Überwasserkirche Münster

Buiten de kerken zijn de stalletjes met kerstversiering, kerstcadeaus en lekkernijen. Een pottenbakster vertelt mij hoe zij haar sterren beschildert en glazuurt, verderop bewonder ik mooie houten schalen. Het ruikt naar Glühwein en overal zitten kinderen of volwassenen kerstmuziek te maken: met saxofoon, viool en gitaar. Zeker nu het langzaam donker wordt, ziet het stadje er prachtig uit. Overal in de oude gevels hangen lichtjes langs de ramen en er staan enorme kerstbomen.
adventskaarsen in de Petrikirche Münster

Deze Kerst-gezelligheid is in groot contrast met de bedelaars die overal, en met name bij de ingangen van de kerken zitten. Ik weet me er nooit zo goed raad mee. Wegkijken vind ik geen optie: ik vind dat een mens niet genegeerd mag worden. Dus groet ik hen wanneer ik de kerk inga. Twee van hen geef ik wat wanneer ik weer naar buiten ga. Makkelijker vind ik het om de muzikanten wat geld te geven. Ik erger me wat dat ik zo moeilijk iets geef als ik er niets voor terugkrijg. Zit dat oude idee van ‘wie niet werkt zal ook niet eten’ er zo diep in bij mij? Ik zou niet zo bij een kerk willen zitten en maar hopen dat iemand mij wat wil geven. Maar dat wil toch zeker niemand? Hoe komt het dat iemand in een dergelijke situatie verzeild raakt? Hoe kan het dat er in onze rijke landen zulke arme mensen zijn? Is het lot, is het keuze, is het politiek? Dit drukt mij in elk geval op het feit dat het niet voor iedereen gezellig Kerstfeest zal zijn. Het zijn echte dilemma’s, daar tussen die leuke lichtjes en stalletjes.

kerstmarkt rond de Lamberti kerk

Er zijn mensen die vinden dat het met Kerst helemaal niet om kerstversiering en lekker eten gaat. Het is  goed om na te denken over de bedoeling van het kerstfeest. Terwijl ik geniet van al dat moois denk ik daar over na. Voor mij zijn verbondenheid met elkaar en gezellige gastvrijheid dingen die bij het kerstfeest horen. Iets lekkers klaarmaken: eten bereiden en de ander laten genieten is een manier om liefde te geven. Het is goed om het samen gezellig te hebben en het gezellig te maken. In mijn jeugd waren er rond de feesten altijd allemaal rituelen: samen zelf kerstbrood en koekjes bakken, samen de boom optuigen en samen zingen bij de kerstboom. De warmte die daarvan uitgaat, blijft levenslang. Het is een geschenk dat ik graag door wil geven.

toren Lambertikerk Münster

Met een tas vol Duits brood en kleine cadeautjes zitten we in de trein terug naar huis. Wat mij betreft gaat het met Kerst niet om luxe of om grote hoeveelheden, maar om kleine dingen die mensen met liefde voor elkaar doen. En ik besluit thuis meteen geld over te maken voor een ‘zwerfpakket’ voor daklozen. Want dit geschenk van liefde en warmte mag niet beperkt blijven tot mijn eigen kleine kring. Met Kerst, maar ook daarna, is er nog heel wat werk te doen.

donderdag 20 december 2012

Dank je wel, moslima!


Op zaterdag is het druk in de stad Deventer. Er is markt, de winkelstraten zijn vol mensen en er klinkt muziek. Mensen lachen, kinderen roepen en luid prijst de groenteman zijn waar aan. Duiven fladderen voorbij, een hond blaft. Het is een gezellige drukte in de stad. Ik doe boodschappen en mijn lijstje is nog maar half afgewerkt. Voor mij rijst de enorme Lebuïnuskerk op. Als ik langs de ingang kom, staat de deur open en ik loop naar binnen.

Hier binnen is het stil. Hoog rijzen de pilaren op en boven mij de hoge gewelven. In de kooromgang staat een graafmachine. Er wordt aan de vloer van de kerk gewerkt en deze machine licht de grote stenen grafplaten die de vloer vormen, op. Ik loop de hele kerk door en verbaas mij over de grootte van het gebouw. In de tijd dat deze kerk gebouwd werd, waren er geen graafmachines, kranen of hoogwerkers. Het is wonderlijk hoe mensen het klaargespeeld hebben om dit enorme gebouw te maken, en wel zo dat het vele eeuwen later nog steeds overeind staat. Dit bouwwerk heeft immense inspanningen gevergd. Bij de bouw van zo’n kerk kwamen altijd mensen om. Een dergelijke kerk bouwen kostte veel: menskracht, geld en tijd.


De kerk is hoog en licht. De zon schijnt door hoge ramen naar binnen. Dit grote gebouw boezemt ontzag in. Voor de mensen destijds wel helemaal: zij waren kleine houten huizen gewend, laag, bedompt en smal. Daarmee vergeleken was dit gebouw licht en vrij, ruim en groots. Het kan niet anders of dat gaf een bovenaards gevoel: iets hemels, iets dat uitsteeg boven het alledaagse. In onze tijd kennen we veel grotere gebouwen. En toch straalt deze kerk nog steeds ruimte uit. Al die lijnen die naar boven gaan, nemen je mee omhoog. Je wordt even uitgetild boven de gewone dagelijkse dingen en je wordt in de ruimte gezet. Ik zit zo vaak gevangen in mijn volle programma en in een race tegen de tijd- maar hier adem ik op.

engel in de crypt

Als  ik rond geweest ben, ga ik de crypt in: de ruimte onder het hoge koor. Klein en donker is het hier. Je voelt je hier veilig en geborgen. Er brandt een kaars, er staan bloemen. In de pilaren is een mooi gedraaid reliëf gemaakt. Vanaf een oude gewelfschildering kijkt een engel mij aan. Er ligt een boek om voorbeden in te schijven. Ik denk aan een familielid dat heel slecht nieuws gekregen heeft. Ik ben niet de enige met zorgen om een geliefde. In het boek staan beden om gezondheid en om kracht. Zo is deze plek eeuwenlang van betekenis geweest voor mensen: ze kwamen er met hun vreugden en hun zorgen. Dit is een plek om even stil te zijn, om na te denken en tot rust te komen. Dit is een plek om de verbondenheid met anderen te ervaren: met al die mensen die deze kerk gebouwd hebben, die er hebben gezongen en gebeden, maar ook met de mensen die bij je horen en aan wie je denkt. In die verbondenheid, die ver boven mijn eigen kleine leven uitstijgt, ervaar ik ook iets van verbondenheid met de grote levenskracht die ik God noem.

in de crypt

In het voorbedenboek is iets geschreven door een moslima. Zij was hier en heeft op deze plek ook verbondenheid ervaren. Zij schrijft een bemoedigend stukje over de liefde die mensen verbindt over geloofsverschillen heen:

Ik een moslima ben hier gekomen, ik ben gebracht om te voelen en ervaren. Het maakt niks uit wie je bent, wat je bent, geloof in liefde, bedank voor alles, proef de liefde, zie de liefde, ervaar de liefde. Blijf bij de liefde, liefde is alles.

Na een half uur kom ik de kerk weer uit en kom weer in de drukte van de stad. Maar als ik op zondagmorgen terug kom, worden de gebeden uit het boek hardop gebeden. En zo klinkt de stem van de moslima onder die hoge gewelven vol licht en wordt de verbondenheid, die ver boven mijn eigen geloof uitstijgt, hoorbaar en voelbaar. Dank je wel, moslima, voor jouw woorden en jouw gebaar van verbondenheid.

donderdag 13 december 2012

Het estafettestokje van de levenskracht


Soms moet je een beetje geluk hebben. Vandaag zat het geluk daarin, dat mijn dochter haar gymspullen vergeten was. Ze sms’te me dat en ik vroeg haar of ze zelf geen oplossing wist, maar die was er niet. Dus wist ik een oplossing: ik ging haar de sportkleren brengen. Ik zag het toen nog niet als een geluk, maar als een onverwachtse en dus wat lastige inbreuk op mijn drukke programma. Mijn hele middagprogramma komt nu in de war. Als ik opschiet, ben ik met een kleine drie kwartier terug.

Zo rijd ik ineens naar Ermelo. De hemel is strakblauw. De hele morgen zat ik achter mijn pc. Ik zag wel dat het mooi weer was, maar besefte niet dat het zo’n prachtige dag is. Ik bedenk me, dat er naast mijn dochters school een prachtig natuurgebied is. Nadat ik iemand erg blij gemaakt heb met een tas vol sportkleding, wandel ik dus het bos in. Op de grond ligt op sommige plekken sneeuw, op andere plekken zijn de gevallen bladeren warm oranje in de zon. Dikke druppels smeltwater hangen aan de takken.

druppels smeltwater aan de takken

De druppels doen me denken aan het bijzondere verhaal van Godfried Bomans: ‘De rijke bramenplukker’. Deze man woont in het bos en vertelt aan een bezoeker dat hij heel rijk is, omdat het bos vol diamanten hangt. Wanneer dan alle inwoners van de naburige stad komen om al die diamanten te halen, blijken het maar dauwdruppels te zijn en wordt de bramenplukker vanwege zijn bedrog omgebracht. In onze tijd zien we de rijkdom ook vooral in financiële dingen, in apparaten en luxegoederen. Juist in deze cadeaumaand lijkt de grootste rijkdom in dure cadeaus te zitten. Maar na ons Sinterklaasvieren besef ik juist dat de rijkdom zit in de vriendschap en in de creativiteit. De kleine, op het eerste gezicht onbeduidende dingen, zijn de diamanten in het leven.

Vanuit het bos loop ik de hei op. Berkjes, mijn lievelingsbomen, staan helder wit tegen de grijsbruine heidestruiken en de mooie lucht.  Midden op de hei liggen kleine heuveltjes. Ik vind een informatiebordje met uitleg: het zijn grafheuvels van ongeveer 4000 jaar geleden. Zo ineens krijgt deze heide een heel andere dimensie: het is een plek met een onvoorstelbaar lange geschiedenis. Zo lang geleden woonden hier mensen. Waar zouden zij aan gedacht hebben bij het zien van de druppels smeltwater aan de takken? Het is een vreemd idee dat we maar zo weinig meer van hen weten. Hun gedachten, gevoelens, hun persoonlijkheid en karakter, het is allemaal weggezonken in het verre verleden.


grafheuvels op de Ermelose hei

Bij een grafheuvel sta ik stil en haal diep adem. Ik leef. Maar over enige tijd zal ik er ook niet meer zijn. De laatste zondag in november herdachten we in onze kerk de overledenen. Zoveel namen en gezichten, zoveel verhalen en herinneringen, zoveel mensen die in onze harten en gedachten nog zo aanwezig zijn, maar die gestorven zijn en begraven. Het blijft iets onvoorstelbaars, dat een mens er op een gegeven moment niet meer is. Ieder mens weet dat de dood zal komen, en toch, als het zover is of als je er echt over nadenkt, is het onvoorstelbaar. Want een mens wil leven. Dat is een enorme kracht, een sterke kracht: de wil om te leven.

Daar op de hei zijn ze ineens in mijn gedachten: het familielid dat kortgeleden gestorven is, en bij wie ik de laatste weken waakte. Maar ik denk ook aan een familielid dat te horen gekregen heeft dat zijn ziekte onbehandelbaar is en zijn tijd van leven zeer beperkt. Ik denk aan hem en zijn jonge gezin, en aan de worsteling om te leven met dat onvoorstelbare: dat hij er straks niet meer zal zijn. Het is een vreemde spagaat: aan de ene kant hoort de dood bij het leven, en aan de andere kant blijft het iets dat helemaal níet bij het leven hoort, omdat het het leven en geluk kapot maakt.


Als ik verder loop is er nog een gedachte in mij: de hoop dat er over honderd jaar ánderen bij deze heuveltjes stil zullen staan en naar de druppels smeltwater kijken. De hoop dat wij zó met onze wereld omgaan, dat alle échte rijkdom van onze wereld bewaard blijft voor de mensen die na ons komen, en die de levenskracht en de wil tot leven van ons overnemen. Net als een estafettestokje mogen we dat aan elkaar doorgeven: de schoonheid, de liefde, de vriendschap en al die andere dingen die onze levenskracht voeden. Zolang ik leef, heb ik nog veel te doen.

donderdag 6 december 2012

Sinterklaas en de handen van God


Vandaag ruim ik alle kapot gescheurde Sinterklaaspapier van de bank, raap ik over het hoofd geziene pepernoten van de vloer en vind ik overal nog kladjes van gedichten. Er staan prachtige surprises op tafel zoals een ark van Noach met origami-beesten en een verrekijker die je langer en langer uit kon schuiven. Mijn nichtje maakte een prachtige kalender met zelfgemaakte foto’s van gewelfschilderingen in een kerk, en ze breide een noorse kerstbal voor mijn boom. Ik geniet van al die creativiteit!

surprise in de vorm van de ark van Noach

Onze jongste dochter heeft op tv gezien hoe een kind hoorde dat Sinterklaas niet bestond. Het was een enorme teleurstelling. Ze vraagt mij hoe zij er destijds op gereageerd heeft, op dat bericht. Het is waar: voor veel kinderen is er die breuk tussen de tijd dat Sinterklaas bestaat en de tijd dat blijkt dat het allemaal verzinsels zijn.

Met onze kinderen hebben we dat anders gedaan. Natuurlijk geloofden zij ook in Sinterklaas: als je zo’n Sint in zijn rode tabberd en met lange baard ziet, is dat indrukwekkend. Maar zodra een kind ons vroeg hoe dat nou zat, dan vertelden wij hen de waarheid: dat we allemaal een beetje Sint en Piet zijn. Dat er dus geen enge vreemde Pieten door het huis sluipen in de nacht om hun schoen te vullen en dat wij ook echt wel van hen houden, maar geen geld hebben voor zulke dure cadeaus als sommige kinderen in de klas. Die antwoorden waren eerder geruststellend dan teleurstellend, en deden geen afbreuk aan de magie van Sinterklaas. Het voegde juist eerder iets toe: zij bleken zelf een actieve rol te kunnen spelen.

Zo  gebeurde het dat onze vierjarigen ’s ochtends vroeg naar beneden slopen en tekeningen in mijn schoen deden. Dat er kleine onbeholpen gedichtjes in kwamen, vol liefde gemaakt, met cadeautjes, zelf gemaakt of gekocht. Zo zaten we elk jaar in november te knutselen voor de hele familie: bordjes beschilderen, postpapier maken, doosjes beplakken; elk jaar iets anders. Wat een feest om dat te maken en te geven. Als ik het erg druk heb en wat teveel aan mijn hoofd heb en dan wel eens voorstel om Sinterklaas maar eens over te slaan dit jaar, komt er een storm van protest. Want Sint en Piet zijn al bezig met allerlei leuke geheimen, achter in de kast van hun studentenkamer en achter in de la met schoolschriften, waar ik toch nooit in kijk.
onze sinterklaas stoomboot
die elk jaar tevoorschijn gehaald wordt

Sinterklaas is een prachtig feest. Het biedt de kans om mensen een plezier te doen, om grapjes te maken en mensen eens te bedanken of een hart onder de riem te steken. Dat die bisschop van Myra (hij leefde van ±280-346) tot in deze tijd mensen inspireert, vind ik mooi. Er zijn legenden over hem, waarin hij kinderen redt en waarin hij drie arme meisjes geld geeft, zodat zij kunnen trouwen (dat was in de tijd dat je nog een bruidsschat mee moest nemen). In de loop van de eeuwen zijn er zo allerlei gebruiken rond de heilige Nicolaas gegroeid. Sommige zijn een vermenging van oude Germaanse gebruiken met de verhalen rond de christelijke heilige. Hoewel het opkomende protestantisme destijds heeft geprobeerd het Sinterklaasfeest af te schaffen, is dat niet gelukt. Gelukkig maar, denk ik daar aan mijn tafel met surprises.

Afgelopen tijd was er een inzameling voor kinderen van gezinnen die afhankelijk zijn van de voedselbank. Voor hen wordt geld ingezameld om hen ook cadeautjes en traditionele Sinterklaastraktaties te kunnen geven. Zo werd er destijds, in de 15e eeuw al schoen gezet voor de armen, en wel in de kerk: de rijken legden wat in de schoenen en de opbrengst werd onder de armen verdeeld.

Terwijl ik de laatste pepernoten eet, bedenk ik me, dat het met geloven in Sinterklaas eigenlijk net zo gaat als met geloven in God. Als kind ervaar je ook God als een soort Sinterklaas: hij kan alles, hij weet alles, hij geeft je waar je om vraagt... Maar dan, als je ouder wordt, krijg je vragen. Want hoe zit het met het onrecht in de wereld? En hoe kan het dat je gebed niet verhoord wordt? Voor sommige mensen ontstaat er dan een breuk: de scheiding tussen de tijd dat ze nog in God geloofden en de tijd dat ze dat niet meer deden.

Maar het kan ook anders. Want bij het geloven in God komt er ook een moment, dat je je kunt gaan realiseren dat wij zelf ook de handen en voeten van God mogen zijn. Bidden en doen gaat hand in hand: je kunt niet met verlanglijstjes komen en zelf met de armen over elkaar afwachten. Voor mij doet dat geen afbreuk aan het geloof: het maakt mij juist meer betrokken.

De speculaas is op. Ik moet weer aan het werk. Er is nog veel te doen in onze wereld: op veel plaatsen en manieren zijn de handen van God dringend nodig!

donderdag 29 november 2012

Honderd!


Schrijven hoort altijd al bij mijn werk. Ik schrijf preken, artikelen voor het kerkblad, infobladen voor geloofsopvoeding voor ouders van jonge kinderen en ga zo maar door. Anderhalf jaar geleden stelde mijn dochter voor dat ik met een weblog zou beginnen. Ik vond het een gek idee: wie zou dat nou gaan lezen? En wat zou ik te schrijven hebben? Maar ik wilde haar ook niet teleurstellen, en ging het proberen. Met als resultaat dat dit al het honderdste bericht is, dat ik post!

vliegende ganzen bij Iona, tekening MM Schwarz

Ik heb nu ervaren: het is  goed om af en toe iets nieuws te proberen. En dat je van je kinderen kunt leren. Want als ouder denk je misschien dat jij je kinderen opvoedt, maar eigenlijk voeden je kinderen jóu op. Ik ben een andere Monica dan de Monica die 23 jaar geleden moeder werd. En dat is aan veel dingen te danken, maar in het bijzonder aan mijn kinderen. Kinderen laten je over dingen nadenken, zij dwingen je ertoe om niet te blijven bij hoe het altijd was, zij nemen je mee de nieuwe tijd in. Mijn kinderen brengen mij tot dingen waarvan ik niet gedacht had dat ik het zou kunnen. Het is bijzonder dat zij mij nu het vertrouwen geven, dat ík hén altijd heb proberen te geven. ‘Je kunt het mam’, zeggen ze en steeds weer motiveren ze mij.

 Het gekke is dat schrijven voor het weblog ánders is dan voor het kerkblad. Het is ontspannender. Niet omdat het niet gelezen wordt, want ik krijg regelmatig reacties. Ook blijf ik in zekere zin predikante, ook als ik mijn weblog schrijf. Maar misschien is het anders omdat het dichter bij mijzelf blijft? Omdat het niet helemaal gepolijst en áf hoeft te zijn. Het zijn meer losse gedachten, kleine stukjes van een groter geheel, de dingen van het hier en nu, wat mij vandaag raakt. Het zijn van die momenten dat je even stilstaat bij wat je meemaakt. Het zijn de knopen die je in een kralensnoer maakt, zodat de kralen er niet af rollen.  Het helpt mij om gedachten vast te houden en er op door te denken. Want als je niet af en toe even stil staat, hol je maar door. Dan val je van de ene gedachte in de andere en van de ene ervaring in de andere en blijft er niets hangen, kun je er niet op verder bouwen.
oude abdij op Iona, tekening MM Schwarz

Afgelopen zomer was ik op het Schotse eilandje Iona. Daar is een gemeenschap die in de eeuwenlange kloostertraditie van het eiland werkt en bidt. De gemeenschap ontvangt veel gasten die daar een week mee werken en mee bidden. Ik maakte er de wc´s schoon en ik zong mee in de kerk tijdens de ochtend- en avondgebeden. Ik leerde er over Keltische spiritualiteit, over Gods aanwezigheid in de schepping, over verwondering en verantwoordelijkheid.

eiland Staffa in de oceaan bij Iona, tekening: MM Schwarz

Er zijn twee dingen die ik altijd bij me heb: een opschrijfboekje en een pen. Ik hoor en zie overal dingen die ik wil onthouden, waar ik meer van wil weten of over wil nadenken. Veertien dagen ben ik in Schotland met open oren, open ogen en een open hart onderweg geweest. In die twee weken heb ik veel gekregen. Eenmaal weer thuis begon ik te schrijven, over de dingen die mij raakten en die mij aan het denken hebben gezet. Uiteindelijk werden het niet enkele weblogs, maar achttien! Van de foto’s die ik op Iona nam, maakte ik tekeningen en het werd een boekje. Zo kan ik van het vele dat ik gekregen heb uitdelen en wie weet mensen inspireren.

boekje over Iona, door Monica Schwarz

Met mijn boekje over Iona  wil ik dit 100e weblog vieren. Want ik ben nu honderd stukjes verder en het schrijven is iets geworden waar ik plezier in heb en blij mee ben. En volgende week komt gewoon stukje 101.

Hebt u interesse in het boekje?
Stuur een mail naar veelstemmiglicht@planet.nl met uw naam en adres én
maak  € 7,50 over op giro 4273894 t.n.v. Schwarz Voorthuizen o.v.v. ‘boekje Iona’
dan wordt het u zo spoedig mogelijk toegezonden.

donderdag 22 november 2012

Nijkleaster: God in Jorwerd


Als je erover nadenkt, is het heel vreemd: we zijn hier allemaal naar toe gekomen om samen te zwijgen. We lopen in stilte achter elkaar aan door het vlakke Friese land. Je hoort de vogels, voelt de ijzige wind en rondom aan de horizon zie je de kerktorens boven de huizen uitsteken. De kale bomen vormen prachtige donkere silhouetten tegen de lichte lucht. Onderweg zingen we een lied, luisteren we naar een tekst en krijgen we een vraag mee om over na te denken. We komen uit allerlei streken van het land, we zijn heel verschillend, deels kerkelijk opgevoed en kerkelijk actief, deels ook helemaal niet. Maar allemaal lopen we in stilte onder deze hoge wijde hemel met niets dan het geluid van de wind, de vogels en het wuivende riet langs de sloot.

'kleasterkuier' rond Jorwerd

Wij doen de ‘kleasterkuier’, de kloosterwandeling van het nieuwe initiatief Nijkleaster (Nieuw klooster) in het Friese Jorwerd. Geert Mak schreef het boek: ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’. De nieuwe tijd heeft grote veranderingen gebracht in dit soort kleine Friese dorpen. Maar de nieuwe tijd brengt ook nieuwe kansen: God komt op een nieuwe wijze ‘terug’ in Jorwerd. Natuurlijk is God nooit weggeweest in Jorwerd, maar net als op zoveel andere plaatsen is geloof niet meer vanzelfsprekend, niet meer een vast onderdeel van het leven. Mensen zoeken het nog wel en het ís er nog wel, maar de vaste structuren van zondagse kerkgang en gebed hebben voor veel mensen hun betekenis verloren.

Op verschillende plekken in het land ontstaan nieuwe initiatieven: zingevingsboerderijen, stilteplaatsen, huizen van bezinning e.d. In dit rijtje past ook dit Nijkleaster in Jorwerd. Het is nog maar net begonnen en nog volop in ontwikkeling, maar elke woensdag is er een ochtendgebed in de kerk met aansluitend een wandeling. In die wandeling komt de drieslag terug die de basis vormt van Nijkleaster: stilte, bezinning en verbinding. Eerst lopen we een poos in stilte. Dan wordt er een tekst gelezen, ter overweging. Het laatste deel van de wandeling mogen we samen met een ander oplopen en onze gedachten en ervaringen delen.

rondom de Paaskaars

We zijn die morgen begonnen in een kring in de oude kerk van Jorwerd. We zijn vreemden voor elkaar, en toch zitten we hier samen rond een brandende kaars. Helder klinken onze stemmen in de kerk, en hoewel we zonder begeleiding zingen, vullen we de hele ruimte. Tijdens de koffie ontstaan er gesprekken. Er is herkenning: wij zoeken allemaal naar nieuwe manieren en vormen van het verbinden van geloof en leven.

in de kerk van Jorwerd

Tijdens de wandeling loop ik op met een oudere vrouw. Zij verzucht dat ze zo graag veel jonger was. Want ze wil zo graag zien hoe het verder gaat: alle nieuwe ontwikkelingen op kerkelijk gebied.  Ze klaagt niet over alles wat anders is geworden, over de kerk van haar jeugd die niet meer is wat hij was en over alle veranderingen. Maar ze is benieuwd hoe dit alles verder gaat, deze nieuwe richting, deze nieuwe invulling van kerk-zijn.

de kerk van Jorwerd

De tekst die we ter overdenking meekrijgen krijgt voor mij door haar verhaal ineens zin: we worden opgeroepen niet te blijven zitten treuren bij wat was en wat voorbij is, niet vast te houden aan hoe het was, maar juist vooruit te kijken en in het hier en nu op onze eigen wijze aan de slag te gaan. Het herinnert mij aan een tekst uit Jesaja, in de liedversie van Huub Oosterhuis:

Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden.
Ik, zegt Hij, ga  iets nieuws beginnen, het is al begonnen, merk je het niet?

Zo is deze morgen voor mij een bemoediging in het zoeken naar nieuwe vormen van bezig-zijn met geloven, met kerk-zijn in deze tijd. In het zingen in die oude kerk, in het wandelen onder die ruime hemel, in de stilte tussen de vogels en bomen en in de gesprekken met wie op mijn pad kwam, heb ik iets ervaren van dat aloude geloof, springlevend in het hier en nu. Ook ik ben benieuwd hoe het verder gaat!          

zie ook: http://nijkleaster.nl/