donderdag 13 juni 2013

Kijk eens om je heen

Sommige mensen gaan graag naar plaatsen die nieuw voor ze zijn. Anderen gaan jaar in jaar uit naar dezelfde streek of zelfs dezelfde camping op vakantie. Voor allebei is iets te zeggen. Want nieuwe dingen dagen je uit en helpen je horizon verbreden. En vertrouwde dingen kunnen steeds rijker worden omdat je ze steeds beter leert kennen.

Vorig jaar was ik voor het eerst op Iona, klein eiland aan de Westkust van Schotland, waar in het oude klooster een geloofsgemeenschap woont. Ik keek mijn ogen uit, beleefde veel nieuwe dingen. Nu was ik er in mei weer. Veel dingen herkende ik van de vorige keer. Het maakte dat ik me meteen thuisvoelde. Anderen dingen vielen me nu pas op – dingen die ik destijds over het hoofd gezien had. Want al die nieuwe indrukken, die neem je niet meteen allemaal in je op. 

Bovendien is de Ionagemeenschap elke keer anders van samenstelling. Het is geen klooster waar mensen levenslang blijven. Ook de staf werkt en woont hier tijdelijk, enkele maanden of jaren. Samen met de gasten en vrijwilligers vormen ze elke week weer een nieuwe gemeenschap.

aan de maaltijd in de refter

Wie naar Iona gaat, gaat niet bij de gemeenschap van Iona op bezoek, maar wordt zelf voor die tijd onderdeel van de gemeenschap. Ik kan niet van een afstand toekijken, maar maak er zelf deel van uit. Wij vormen samen de gemeenschap van Iona. Op de heenreis zit ik in een trein vol onbekende vreemden. Maar wat blijkt: velen daarvan vormen deze week met mij en met de staf van dit moment een gemeenschap.

Samen wassen we af en maken we schoon. Samen verdiepen we ons in de Keltische spiritualiteit o.l.v. het theologen-echtpaar Newell. In de Keltische spiritualiteit wordt God niet alleen gevonden in de bijbelverhalen en de kerkelijke leer, maar ook in alles wat ons omringt, in heel de schepping. Dit betekent dat het geloof meteen meer deel is van het dagelijks leven. God is niet ver weg en hoog verheven, maar heel dichtbij in de gewone dingen. Het goddelijke vinden we in de natuur en in de mensen. Newell zegt: ‘We zijn niet dóór God gemaakt, maar ván God’.

Er wordt meditatieve muziek aangezet; een lied om mee te zingen:
Whichever way you turn, there is the face of God.
Waarheen je je ook wendt, daar is Gods aangezicht.
(tekst uit de Koran: Soera 2: 115)

Wanneer het lied afgelopen is, zegt onze inleider: doe je ogen open, en kijk om je heen. Ineens heb ik het begrepen: in al deze mensen mag ik iets van God zien. Wat zou de wereld er anders uitzien als we dat zouden toepassen! 

Op de terugreis ken ik in elke coupé mensen: ik maak overal een praatje en op het station van Oban zwaaien we elkaar uit.
 
Inmiddels ben ik weer thuis. Maar ik voel me nog met hen verbonden. De grote steen, meegenomen van het strand herinnert me aan Bob uit Amerika, bij de afwas denk ik aan Kevin uit Engeland. Die verbondenheid gaat over grenzen en oceanen heen. Waarheen je je ook wendt, daar is Gods aangezicht. Die verbondenheid gaat ook over kerkmuren heen, over verschillen in religie, inzichten, cultuur en afkomst. Dat oude Keltische geloof biedt ons een enorme uitdaging. Wie durft?