vrijdag 24 oktober 2014

Het geheim van wederkerigheid

Het is een oase, deze conferentie. De afgelopen maanden waren vol onrust en drukte. Ik heb afscheid genomen van mijn baan, mijn huis, mijn dorp en ben verhuisd naar een nieuwe woonplaats en begonnen op een nieuwe werkplek. Het is allemaal intensief en uitdagend, het geeft energie én kost energie. Uit deze draaimolen van indrukken, emoties en ervaringen ben ik nu aangekomen op een conferentiecentrum op de Veluwe, midden tussen bos en hei.


Het is voor mij een nieuwe kring waarin ik mij begeef, de VVP en ik ken er bijna niemand. Maar het zijn allemaal collega’s, werkzaam in mijn vakgebied. Dat geeft herkenning en verbondenheid. Bovendien is er een boeiend programma voor ons samengesteld: lezingen, discussie, film en een zangworkshop.

Tussendoor zijn er heerlijke maaltijden waar je helemaal niets voor hoeft te doen: geen boodschappen, geen gepieker over het menu en geen afwas. Wat een geweldige rijkdom – die voor zovelen op onze wereld niet vanzelfsprekend is. En er is nog iets dat ik hier krijg dat ook niet voor ieder mens vanzelfsprekend is: de kans om je in onderwerpen te verdiepen, dingen te leren en over dingen na te denken. Meisjes die niet naar school kunnen, mensen die het druk hebben met overleven: zij krijgen de kans niet zich te ontwikkelen.

Hier krijg ik de rust en de tijd om na te denken over waar ik in mijn werk en mijn leven mee bezig ben. Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie heeft een heel andere invalshoek dan je als predikant gewend bent. Dat is even wennen.

Klamer leest ons een tekst voor die mij raakt:

Money can buy a bed, no sleep,
a house, not a home,
cosmetis, not beauty …


We weten wat ons huis waard is – niet wat ons thuis waard is. En dat is eigenlijk veel belangrijker. Voor een thuis zorgen kost veel meer dan geld alleen. Klamer vraagt ons: wat is erger, als je een smsje krijgt dat je huis afgebrand is of als je bericht krijgt dat je vrouw de sloten heeft laten vervangen? In het ene geval ben je je huis kwijt, in het andere geval je thuis. Het laat zich raden wat uiteindelijk waardevoller is.

Alles wat echt belangrijk is, kun je niet kopen. Bovendien is alles wat belangrijk is een ‘gedeeld’ goed. Klamer noemt dat het geheim van wederkerigheid. Bij de wezenlijke dingen gaat het erom de ander te verleiden tot een bijdrage. Bijvoorbeeld met vriendschap: je wordt ‘mede-eigenaar’ van een vriendschap door eraan bij te dragen.

Belangrijk is, dat we weten wat ons doel is: het doel van ons leven, van onze maatschappij, van onze kerkgemeenschap. Wat is het doel van je gemeenschap? Waar wil je aan bijdragen? Als je je doel helder hebt in je leven en in je gemeenschap, dan kun je mensen ook warm krijgen om eraan bij te dragen.

Hoe vaak denken wij door over het doel van ons leven, onze relaties, ons werk, onze kerk? Vaak doen we vooral dat wat voor handen komt, en daar hebben we de handen vol aan. Maar als we een huis kopen en denken dat we een thuis hebben, missen we iets wezenlijks. Zo ook als we een kerkgebouw hebben en denken dat we een kerk zijn. Met geld is van alles te koop. Maar het wezenlijke, dat moeten we samen doen. Money can buy a church, no parish …

Het doet goed over dit soort vragen na te denken, al is het pittig en geeft het geen directe kant-en-klare oplossingen. Maar het schudt je gedachten op en helpt je uit te stijgen boven de dagelijkse drukte en bezigheden. Laten we vooral ons doel voor ogen houden. Dat kan ons helpen om in de veelheid van dingen en bezigheden dát te kiezen waar het op aan komt. Doelbewust!





donderdag 16 oktober 2014

Ontheemd onderweg

Met een plattegrond in de hand ben ik in mijn nieuwe stad onderweg. Niets spreekt nog vanzelf, alleen de weg naar het winkelcentrum en naar het station ken ik inmiddels op mijn duimpje. Toch ben ik nog steeds verbaasd, als ik ‘Twente’ zie staan op de toren bij het station of op de bus die voor ons nieuwe huis langs rijdt.

een tunnel met een mozaïek, onder het spoor

In ons nieuwe huis voelen we ons al thuis. Langzaam maar zeker is het van een vreemd huis óns huis geworden: door er samen te verven en te werken, door onze spullen er in te zetten en er onze eigen sfeer te brengen. We leren de weg in het donker kennen, we weten waar de lichtknopjes zitten en we schrikken niet meer van de geluiden die het huis heeft. Maar als je je huis uitstapt ben je ineens in een vreemde, onbekende stad.

Aan de ene kant is het spannend: het is net alsof je op vakantie bent. Alles is nieuw, er is heel veel te bekijken en te ontdekken. Ik fiets steeds een andere route naar mijn nieuwe kerk en het is steeds spannend of ik de kerk wel vind. Ik verwonder mij over het vele groen in deze stad en ik besef dat ik voor het eerst sinds mijn studententijd weer in een stad woon, in plaats van een dorp. Als ik de stad in fiets kom ik onder het spoor door en dat vind ik geweldig: dat ik in een stad woon met een station.

Maar er is ook een andere kant. Die ervaar ik bijvoorbeeld als ik naar de eerste ouderavond op de nieuwe school van onze dochter ga. Wat een vreemde ervaring: ik ken niemand. Alle ouders zitten in groepjes geanimeerd te pauzeren. Ik zoek wel aansluiting, maar ik kan niet echt meepraten. Het is leuk om te kijken waar onze dochter nu haar dagen doorbrengt. Als de bel gaat voor het vervolg, ben ik even van slag omdat ik geen benul heb waar ik heen moet. Na enige omzwervingen kom ik in het goede lokaal terecht.

Als onze dochter een paar dagen later een inzinking heeft, omdat zij haar oude klasgenoten zo mist, kan ik me daar wel iets bij voorstellen. Haar klasgenoten doen hun best, maar je hebt nog geen gedeelde geschiedenis met elkaar. Je kunt niet meepraten, omdat het over vorig jaar gaat, of over leraren die je nog niet kent, of over dingen van de streek waar je nog niet in ingewijd bent. Verhuisd zijn betekent dat je het vanzelfsprekende vertrouwde kwijt bent en dat maakt dat je je soms heel ontheemd voelt.

Verhuizen is ingrijpend. Het zet je hele wereld op zijn kop. Als ik ineens op een middag even in Voorthuizen, onze oude woonplaats, ben, ervaar ik het verschil. Mensen zwaaien naar me, maken een praatje, ik weet blindelings de weg en ik ken elke boom, elke hoek van de straat. Natuurlijk is dat niet altijd zo geweest. Ook in Voorthuizen heb ik de weg moeten leren, heb ik mensen moeten leren kennen en een leven op moeten bouwen. Maar dat je dat opgebouwd hebt, als basis van je bestaan, daar ben je je niet bewust van. Tot je verhuist. Dan ineens besef je dat het bekende en vertrouwde een veilige en stevige ondergrond is. Zonder die vanzelfsprekende basis ben je veel minder sterk.

Nu zijn wij bewust verhuisd, en was het mijn eigen keuze. Die keuze hadden mijn man en kinderen niet – maar je groeit en leeft er naar toe. Je kiest een huis, je denkt na over de inrichting, je zoekt alvast een school … je bereidt je voor. Hoe anders is dat voor velen in onze wereld die hals over de kop hun huis moeten verlaten, bijvoorbeeld in Syrië of Irak. Voor hen geen veilige thuishaven met hun eigen spullen, voor hen geen voorbereidingen en eigen keuzes. Dat gevoel van ontheemd zijn ervaren zij nog veel heftiger.

Verhuizen is een ingrijpende gebeurtenis in een mensenleven. Als je het vrijwillig doet, brengt het toch nog genoeg onzekerheid en stress met zich mee. Als je het moet, in barre omstandigheden waarbij je leven op het spel staat en je niet weet wat de toekomst brengen zal, is het nóg ingrijpender.

Ik heb het adres gevonden waar ik vandaag heen moet. Met een beetje geluk kan ik het een volgende keer zonder plattegrond vinden. Met de tijd zal de stad vertrouwd worden en zullen we ons ook buiten ons huis thuis gaan voelen. We zullen meer en meer mensen leren kennen en we zullen vrienden maken waarmee we geschiedenis delen.


Maar tot die tijd zullen we ons af en toe ontheemd voelen …en hoe rot dat ook is, het is in elk geval een oefening in flexibiliteit, in durf en fantasie en een oefening in inlevingsvermogen. Ik luister naar mijn dochter, die zo naar haar oude school verlangt. In onze maatschappij zijn veel meer ontheemden: mensen die het veilige en vertrouwde missen, omdat ze gevlucht zijn, omdat ze alleen zijn komen te staan of omdat het leven hen een nieuwe uitdaging gesteld heeft. Meer dan anders besef ik nu wat dat met mensen doet. Dat die les mij bij mag blijven, ook als wij in Almelo helemaal thuis zijn geworden.





donderdag 9 oktober 2014

Nieuwe kansen

Gisteren was ik in Amsterdam als activist, vandaag als predikant. Want vandaag is de landelijke predikantendag van de Protestantse Kerk, die 10 jaar bestaat. Voor mij hebben die dingen veel met elkaar te maken: mijn predikantschap  is niet alleen voor zondag, maar ook voor mijn staan in de wereld en de keuzes die ik maak in mijn dagelijks leven. Heeft het geloof niet ook een profetische kant? Wij mogen leven in deze wereld en meegaan met de ontwikkelingen, maar we mogen ook kritisch zijn en zoeken naar recht en gerechtigheid. Want niet alle keuzes leiden tot een wereld waar mensen in vrede kunnen leven.

De Nieuwe Kerk in Amsterdam zit vol predikanten. Het gaat ook hier vandaag over toekomst: de toekomst van de kerk. Want in onze tijd is de kerk niet meer een vanzelfsprekendheid. ‘De kerk’, zeker als instituut, verliest in onze tijd aan zeggingskracht en macht. De oude vormen spreken niet meer vanzelf, en hoe kun je dan verder gaan? Dat vraagt creativiteit en durf. In zekere zin in het vergelijkbaar met de beweging die de hele maatschappij moet maken vanwege het klimaat: van het vanzelfsprekende fossiele tijdperk naar een duurzaam tijdperk.


We horen van verschillende ervaringsdeskundigen, pioniers die nieuwe vormen van kerk-zijn in de praktijk vormgeven. Een vertegenwoordiger van de Protestantse Gemeente Amsterdam geeft een lijst van tien ‘lessen’ die zij in de afgelopen jaren hebben geleerd. Het zijn deels heel vanzelfsprekende dingen – en toch, juist in dat aloude instituut kerk, niet meer. Bijvoorbeeld: ‘verras’  en ‘eer het kleine’.

Alistar McGrath, hoogleraar Science and Religion aan de universiteit van Oxford hield een lezing over de toekomst van het protestantisme. Hij relativeerde de situatie van de kerk. Hij benadrukte dat de kerk ook al andere grote veranderingen had doorstaan. Want grote maatschappelijk veranderingen zijn niet alleen een probleem, maar geven ook nieuwe kansen. De theologie is niet eeuwig: wij moeten het evangelie steeds opnieuw interpreteren. De kerk is geworteld in het verleden, maar moet niet gevangen blijven in het verleden. We moeten niet achterom kijken, maar vooruit. ‘Rethinking bringt us to very good places’. Het is een kans om ons weer op het geloof te bezinnen: dat kan ons weer op nieuwe gedachten brengen.

Ergens op de dag komt een kenmerk van het protestantisme langs: er zit het woord ‘protest’ in, en wel het protest tegen alles wat kleineert. Dat spreekt mij aan, en legt diezelfde verbinding die ik ervaar op deze dagen van actievoeren en geloof. Het is goed dat wij niet teveel blijven hangen aan hoe het altijd was en binnen onze eigen kerkmuren in kringetjes ronddraaien. Wij moeten de ramen en deuren van de kerk openzetten: zo kunnen kerk en wereld iets voor elkaar betekenen.

Aan het eind van de dag hebben we een ludiek moment: we gaan allemaal in onze ‘werkkleding’ op de foto. Het is wat ongewoon, omdat wij die kleding alleen binnen onze kerkmuren dragen. Maar in Amsterdam gebeuren wel gekkere dingen. Velen kijken er niet van op, anderen vragen ons wat dit voor evenement is of zetten al die wapperende gewaden op de foto. Sommige predikanten dragen nog een zwarte toga met witte bef, anderen witte liturgische gewaden met kleurige stola’s, maar er zijn er ook die blauw of bruin dragen. Het is een bont, veelkleurig gezelschap. We hebben er allemaal lol in en naast alle ernst rondom de toekomst van de kerk en de wereld mag er ook gelachen worden.



Zo ga ik maar verder: met humor en met ernst, denkend over en werkend aan de toekomst van de kerk en de toekomst van de wereld. Laten we beseffen dat we geworteld zijn in het verleden, maar dat het verleden ons niet mag gijzelen. Ik ga op zoek naar nieuwe kansen, voor zowel de kerk als de wereld! 


een leuk detail bij een collega
die kennelijk -net als ik -
geïnspireerd wordt door Taizé
in de krant

vrijdag 3 oktober 2014

De kracht van de gemeenschap

Het is even zoeken: zo vaak ben ik niet in Amsterdam. Maar ik ben de enige niet: ik loop een eindje op met een studente uit Groningen. Er zijn mensen uit alle richtingen: uit Limburg en Friesland, uit Den Haag en Almelo. De Friezen zijn samen met een bus gekomen. Onderweg kreeg ieder drie minuten om de anderen te vertellen hoe hij/zij bezig is met duurzaamheid, en zo werd het een heel bemoedigende reis. Een lange rij mensen staat te wachten, deels met spandoeken en veelzeggende t-shirts. Ik zoek in de mensenmassa naar mijn zoon: hij is uit Leiden gekomen.

  
Beiden zijn wij lid van Avaaz, een online gemeenschap die digitaal actievoert. Het gaat dan bijvoorbeeld om ontbossing in Latijns-Amerika,  onderwijs voor meisjes in Pakistan of een patent op groenten. Dank zij Avaaz zijn mensen niet meer machteloos, maar samen sterk. Onrecht en problemen waar wij anders niets van zouden weten, worden door Avaaz wereldwijd bekend. Dat is een geweldige steun voor wie met die problemen kampt en aan dat onrecht lijdt. De kracht van de gemeenschap maakt machteloze individuen sterk en machtig. Het is net als met de slogan van Amnesty International: ‘gebruik je macht’. Wie zwijgt, stemt toe, maar wie zijn of haar stem laat horen, kan iets veranderen. En wanneer velen samen opstaan, komen dingen in beweging.


‘De allerbelangrijkste petitie ooit’, schreef Avaaz de afgelopen weken. Want het gaat om ons klimaat, om de toekomst van onze planeet aarde en alles wat daarop woont en leeft. In New York wordt een grote klimaatsmars gehouden, en op allerlei plekken in de wereld komen mensen samen om aandacht te vragen voor het klimaat. Ook in Amsterdam wordt een mars gehouden en later zijn er toespraken en muziek.


Mensen dragen spandoeken met teksten als: ‘Duurzaam duurt het langst’, ‘Er is geen plan(eet) B’, ‘Het klimaat verandert; nu wij nog’. Het is bemoedigend dat er zoveel mensen gekomen zijn. We horen dat er in New-York 300.000 mensen op de been zijn en dat zelfs in Syrië mensen bij elkaar gekomen zijn. We luisteren naar toespraken en liedjes. Enkele citaten die mij raken: ‘De tijd van getreuzel en geneuzel is voorbij. Wij moeten nu allemaal activist worden, er is géén tijd meer om te wachten of te praten. Wij zijn de laatste generatie die nog iets kan veranderen’. Het is makkelijker om onze kop in het zand te steken maar wij zijn er verantwoordelijk voor hoe wij de wereld achter laten voor onze kinderen en kleinkinderen. We zitten allemaal in hetzelfde schuitje, wereldwijd: wij hebben elkaar hierbij nodig. Er wordt een lied gezongen: 1 hart, 1 aarde, 1 toekomst … want we zijn 1.


De opwarming van de aarde wordt door ons mensen veroorzaakt, in het bijzonder door het gebruik van fossiele brandstoffen. Maar er zijn alternatieven en wij demonstreren omdat het anders kan. Ondernemer Ruud Koornstra zegt: het stenen tijdperk ik niet gestopt omdat er geen stenen meer waren, maar omdat er iets nieuws uitgevonden was. Zo moet het fossiele tijdperk ophouden, omdat we duurzame bronnen van energie kunnen gebruiken. Europarlementariër Bas Eickhout  benadrukt: we kúnnen ánders kiezen. ‘Zon, wind en water, geef ons een later’.

Wij kunnen en mogen onze kop niet in het zand steken. Zeker wij, rijke landen niet, omdat wij een groot deel van het probleem zelf hebben veroorzaakt én omdat wij de macht en de rijkdom hebben om iets te doen. De tijd van getreuzel is voorbij! Er is veel te doen. Laten we de kracht van de gemeenschap ervaren én versterken. Omdat deze aarde zo mooi en prachtig is en wij niet zonder haar kunnen. 

zaterdag 20 september 2014

Het belangrijkste, daar zijn geen plaatjes van

Hoe leer je een nieuwe stad kennen?  Nadat we ons wekenlang bezig gehouden hebben met het uitpakken van vele honderden dozen en het ophangen van planken en lampen, wordt het tijd dat wij onze nieuwe omgeving gaan verkennen. We hebben geluk. Want in Almelo wordt deze dagen een stadsmusical opgevoerd, voor en door Almeloërs. Wij zijn nog geen Almeloërs, maar we gaan het worden. Dus we bestellen twee kaartjes voor ‘Van katoen en nu’  en laten ons verrassen.

‘Het Indiëterrein’  is voor ons geen begrip, dus na enig zoeken op google-maps fietsen we er naar toe. We belanden op een industrieterrein naast het spoor, midden tussen oude fabriekshallen. Overal staan marktkramen met rollen stof opgesteld en er wordt driftig onderhandeld door toneelspelers die zich onder het publiek mengen. Er zijn optredens van zangers en een hele stoet kinderen in traditionele kleding en met klompjes aan zingt een lied. Later hoor ik de kinderen spelen: het is een druk geklepper van klompjes op de betonvloeren in de fabriekshal. Tussen de blonde koppies zitten ook donkere met Chinese vlechtjes: die waren er 100 jaar geleden nog niet.

We worden een hal in geleid waar tafels feestelijk gedekt staan. We zitten steeds met twaalf mensen aan tafel – om beurten schept een van ons de gerechten op. Bij het aperitief waren er Spaanse worst, olijven en Italiaanse grissini. Bij het eten is er Turks brood. Het is duidelijk dat Almelo niet een stad van autochtonen is: hier zijn vele nationaliteiten thuis geraakt.

Het is een bijzondere setting: eten in een fabriekshal. We zitten waar destijds de textiel gemaakt werd, waar de machines ratelden en waar mensen zich in het zweet werkten. We komen aan de praat met de mensen die tegenover ons zitten. Ze blijken van Spaanse afkomst en hun ouders zijn destijds vanuit het uiterste zuiden van Spanje als gastarbeiders naar Nederland gekomen. Waar we nu zitten te eten, heeft de vader van onze tafelgenoot gewerkt.


de fabriekshallen

Onze tafelgenoot vertelt over hoe de generatie van zijn ouders naar Nederland kwam: alleen maar voor tijdelijk, en dan zouden ze terugkeren naar hun eigen land. De gastarbeiders van toen zijn niet bewust geëmigreerd. Ze gingen voor even, maar dat even duurde steeds weer even langer. Daardoor kregen zij niet de kans om te wortelen. Het voorlopige karakter van hun komst betekende dat ze geen Nederlands  leerden en dat ze vooral contact hadden met anderen uit hun eigen land. Hun werkgevers stimuleerden het Nederlands leren ook niet: ze waren gekomen om te werken en dat taal leren kost maar tijd. Er waren dus Spaanse tolken die zorgden voor het noodzakelijke contact. Vele van die gastarbeiders van toen zijn gebleven en hun droom om terug te keren naar hun eigen land en eigen familie kwam niet uit. Hier kregen ze kinderen, hier groeide de nieuwe generatie op en inmiddels voelt onze tafelgenoot zich een Nederlander, zij het met Spaanse wortels.

eten waar vroeger keihard werd gewerkt

Niet alleen volwassenen, maar ook kinderen hebben hier in deze hallen lange dagen gemaakt om aan de kost te komen. Dat werpt een ander licht op het kinderkoor dat weer binnenkomt en voor ons zingt. In onze ogen zijn het kinderen – toen waren het werkkrachten. Ik herinner mij de verhalen van onze Groningse ‘opoe’, die vele jaren op onze kinderen heeft gepast. Zij was Twentse en werkte als meisje en jonge vrouw in de textielindustrie. Wat een ander leven dan het leven van onze kinderen: zij zitten op school en ontwikkelen zichzelf, een voor toen ongekende luxe.

Na de maaltijd lopen we langs eindeloze rijen fabriekshallen. In één ervan, die van binnen pikzwart geblakerd is, zijn tribunes opgesteld en begint de musical. Het is een mengeling van Twenste humor, romantiek en historie. Oude foto’s van de stad passeren de revue. De inleiding op de musical door onze Spaanse tafelgenoot was passend: Almelo is een stad van allochtonen. Veel verschillende nationaliteiten en culturen bepalen al lange tijd deze stad.

In het verhaal gaat het over je hart volgen, over liefde die grenzen overstijgt – toen én nu – en op bijzondere wijze switchen we van verleden naar heden en terug. Er is veel veranderd en toch ook weer niet. Want steeds weer komen er nieuwe Almeloërs die van Almelo ook hun stad maken en zo blijft deze multiculturele stad in beweging.

afbeelding van internet

Van de oude foto’s herken in natuurlijk weinig: alleen een enkel fabriekstorentje dat nu tussen de kantoorgebouwen staat. Wij rollen Almelo in 2014 in, maar de stad heeft al een hele geschiedenis. We nemen een boek en een film mee, over de ons nog vreemde stad die nu ook ónze stad is. En tegelijk leren we: van de echt belangrijke momenten in het leven zijn meestal géén plaatjes. Vroeger zeker niet: foto’s werden maar weinig gemaakt. En nu, met onze digitale fototoestellen en smartphones? Fotootjes maken we een heleboel. Maar de echt wezenlijke dingen: dat wat je ervaart, je emoties, je gevoel, je gedachten … die kun je niet altijd zo makkelijk zichtbaar maken.

De Spaanse gastarbeiders kwamen voor even. Ik ben van plan te blijven. Ik hoop dat we kunnen wortelen: dat we deel worden van de geschiedenis en van heden en toekomst van deze stad. Onze Spaanse tafelgenoot en wij, een Fries en een Zwitserse van de Veluwe, maar ook die vele anderen: samen maken we de stad: toen én nu!




woensdag 10 september 2014

Een nieuw landschap in je leven

Er zijn van die leeftijden, waarop er iets verandert. Bijvoorbeeld als je vier wordt. Of twaalf. Of achttien. Of vijfenzestig. Als je vier wordt, ga je naar de basisschool, als je twaalf wordt ga je naar het voortgezet onderwijs en met 65 ga je met pensioen. Zo breekt er steeds een nieuwe fase aan.

Wij waren kortgeleden op een verjaardag en spraken daar iemand die dat op een heel mooie manier uitdrukte.
Zij zei: “Je komt steeds in een ander landschap.” Je leven als reis, en dan terwijl je onderweg bent, verandert het landschap. Zij vertelde over haar leven: haar man werd dement, een nieuw landschap, moeilijk en verwarrend. Later overleed haar man: weer een nieuw landschap; doods en verdrietig. Toen kreeg ze een kleinkind: wéér een nieuw landschap: jong groen, nieuwe hoop ...

Ik vond het een mooi beeld. Want het landschap in ons land en in onze wereld is overal verschillend. Steeds is het landschap anders: het uitzicht, de wind, de geluiden, het licht, de dieren en de planten. Zo is het in ons leven ook: het landschap verandert. En daarmee verandert van alles: het uitzicht, de geluiden, je agenda, je contacten ... een ander landschap maakt soms heel veel verschil.

Soms kies je voor een ander landschap, soms overkomt het je. Soms begin je er bewust aan en soms gebeurt het voordat jij er erg in hebt. Soms gaat het geleidelijk, soms heel abrupt. Soms zie je er tegen op, soms heb je er zin in.

Nu heeft zo’n nieuw landschap twee kanten: kansen en problemen. Nieuwe dingen zijn vaak leuk, het maakt je nieuwsgierig. Maar ze zijn tegelijkertijd vaak griezelig: het maakt je onzeker, je bent er bang voor. Je weet niet wat de problemen en valkuilen zullen zijn, en je kent ook de kansen niet die in het nieuwe landschap voor je klaar liggen.

Soms is zo’n nieuw landschap dan ook net een sprong in het diepe. Bijvoorbeeld als je voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat, als je gaat studeren, als je vijfenzestig wordt en het pensioen in beeld komt, als je ernstig ziek wordt, als je ontslagen wordt, als je gaat trouwen, als er een kind komt: er komt een nieuw landschap,  je bent er niet eerder geweest, en je weet niet hoe het zal zijn.


In de bijbelse symboliek  wordt het beeld gebruikt van de oversteek van een rivier. In het bijbelboek Jozua  moet het volk de rivier de Jordaan over steken. De rivier is de grens die ze over moeten om in het andere landschap te komen, in de nieuwe fase. Het water is diep en aan de overkant zijn ze nooit eerder geweest.

In dat oude verhaal lezen we dat het volk samen de rivier over moet steken. Niet alleen, maar samen. Dan zijn er anderen die je helpen. Zo wordt je vastgehouden in dat nieuwe landschap. En daarin kun je dan iets voelen van de aanwezigheid van God. en ervaar je dat er een nieuw begin mogelijk is.

Samen met mijn gezin ben ik een nieuwe fase ingegaan, een nieuw landschap in. We hebben soms wat heimwee, want we hielden van het landschap en de mensen in onze vorige woonplaats Voorthuizen. We hebben er veel goeds gekregen Dat zijn de kostbare geschenken die we meegenomen hebben in de verhuiswagen en in ons hart. Het zijn de bouwstenen van de nieuwe fase, in het nieuwe landschap van onze levensweg.

Afgelopen zondag mochten wij in onze nieuwe kerk symbolisch door de Jordaan heen, die uitgebeeld was met blauwe doeken en stenen. Aan de andere kant van ervan werden we opgevangen door leden van onze nieuwe kerk. Zo zijn wij niet alleen, maar samen dit nieuwe landschap in gegaan.

mozaïek in onze nieuwe stad

Of je nu 12 bent of 18, 20 of 30,65 of 70 ..... je mag moedig verder gaan, steeds weer rivieren over en nieuwe landschappen in. In elk nieuw landschap, in al het onbekende en onzekere zijn we zo niet alleen en zullen we een weg vinden om te gaan, kracht en liefde.



donderdag 31 juli 2014

Help, we zijn de krant vergeten!

De laatste week dat wij in Voorthuizen wonen is een week van ‘laatste keren’. Het is een gek idee dat al die bekende gezichten en plaatsen straks niet meer bij ons dagelijks leven horen.

Een van de dingen die de afgelopen jaren onze dagelijkse routine bepaalden, was de krant. Elke middag werden er hele pakketten kranten voor onze deur gelegd. Onze kinderen zijn de officiële krantenbezorgers, maar als ouders helpen we mee. Zoals zij trouwens op vele manieren bijdragen aan ons werk. Ons predikantschap is soms een beetje een familiebedrijf.

Elke middag liggen er die kranten: bij regen, sneeuw of hittegolf. Of je er zin in had, of je het druk had, of er bezoek was: de krant moest bezorgd. Soms was er een storing en zat je maar te wachten. Of je moest een oplossing bedenken voor een fout in de aanlevering van de krant.

Soms stond er heel ellendig nieuws in de krant, zoals afgelopen weken rond de vliegtuigramp. Onze zoon zei wel eens dat hij dat moeilijk vond dat rond te brengen. Natuurlijk is het anders dan vroeger: toen was de krant vaak de enige en eerste bron van informatie bij het nieuws. Nu weten mensen al veel via internet, radio of TV. Toch is het confronterend, de foto’s van alle overleden Amsterdammers op het Parool .. en besef je als krantenbezorger wat voor nieuws je rondbrengt.

Vaak bracht ik de kranten bij de winkels en combineerde dat met boodschappen doen. Soms moest ik de hele wijk doen, als alle anderen verhinderd waren. Wat moest ik dan soms zoeken, zeker wanneer het ’s avonds vroeg donker was. Ik herinner me middagen dat ik in de stromende regen en bij donker met een bril op waar ik door alle regen en condens nauwelijks meer door kon zien op zoek was naar huisnummers en brievenbussen. Tip voor ieder die dit leest: zorg dat je huisnummer goed groot zichtbaar is, ook bij donker. Daar doe je de krantenbezorger (en de postbode) een groot plezier mee.


Als je zelf krantenbezorger bent, besef je dat het niet vanzelf gaat, die krant elke dag bij je in de bus. Bij de ochtendkrant waar we zelf een abonnement op hebben, zien we nooit een bezorger: ze komt voordat wij opstaan. Als abonnee heb je geen weet van haar worstelen met zware fietstassen, het gedoe om de kranten droog te houden bij wolkbreuken, het harde fietsen omdat je een lekke band had en eerst nog naar huis moest lopen en je nu bijna te laat bent.

Dat wij als predikant kranten bezorgden, wekte eerste soms bevreemding. “U bent toch predikant?” vroeg iemand wel eens. “Nu even niet”, was dan mijn antwoord. Als Siebe op zijn ronde met de kranten een jeugdige krantenbezorger tegenkwam, riep hij enthousiast: ‘Hallo, collega!”, wat wel wat verbaasde reacties opleverde. Maar ik denk dat afwisseling goed is: naast werk met je hoofd ook werk met je handen en voeten. Naast werk in de schijnwerpers ook werk achter de schermen.

Zaterdag lag er voor het laatst een pak kranten op de stoep. Nu hebben we af en toe het gevoel dat we iets vergeten, of denken we onbewust: dat doe ik nu even - voor de krant komt- en dan ineens beseffen we dat we niet meer hoeven. Dat is ook weer fijn, om  ’s middags niet op tijd te staan.

Nu hebben we nog afwisseling genoeg: schoonmaken, verven, dozen uitpakken, gordijnen naaien en schilderijen ophangen. We zullen zien wat we daarna in onze nieuwe woonplaats voor nieuwe carrière zullen maken. Naast een nieuwe baan als predikant is er misschien ook daar andere werk voor ons te doen. Want afwisseling houdt je veelzijdig en met beide benen op de grond.